Motorisch leren volgens Peter Beek: je leert geen bewegingen
Slimmer Presteren Podcast | 11 sep 2026 | 01:06:11

Dit is de 278e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit Heijkoop, Jurgen van Teeffelen en Peter Beek het over:
Motorisch leren volgens Peter Beek: je leert geen bewegingenINLEIDING:
Volgens hoogleraar Peter Beek leer je helemaal geen bewegingen. Wat je wel leert, en waarom de aanwijzing van je coach zo vaak niet aankomt.
Kun je je loopstijl dan nog veranderen? En hoe pak je dat slim aan?
Peter Beek is hoogleraar coördinatiedynamica aan de Vrije Universiteit Amsterdam en deed zijn hele loopbaan onderzoek naar leren bewegen. Op 2 oktober houdt hij zijn afscheidsrede. Reden genoeg voor Gerrit Heijkoop en Jurgen van Teeffelen om hem nog één keer alles te vragen.
In deze aflevering: waarom twee broers met hetzelfde DNA totaal anders bewegen, waarom de aanwijzing van je trainer zo vaak niet aankomt, en wat EVI is: externe focus van aandacht, variabiliteit en impliciet leren. Daarna zoomen we in op het loopstijlenspectrum, en op de vraag of je met een slim oordopje je cadans en duty factor echt kunt veranderen.
Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:1. Wat is motorisch leren precies?
Motorisch leren is het proces waarin je een beweging onder de knie krijgt. Volgens Peter Beek leer je daarbij niet één vaste beweging, maar leer je welke oplossingen binnen een taak succesvol zijn. Een darter gooit elke worp net iets anders, met een andere hoek, snelheid en gripkracht, en weet toch meteen of het goed was. Wat hij heeft geleerd, is dus geen bewegingspatroon maar een gevoel voor wat werkt. Het grootste deel van die kennis is impliciet en laat zich niet in woorden vangen.
2. Waarom werkt een aanwijzing van je trainer vaak niet?
Een goede coach ziet haarscherp wat er misgaat. Volgens Beek zit de fout in de vertaalslag daarna: wat de coach ziet, wordt te makkelijk omgezet in een instructie over het lichaam zelf, en die komt niet aan in de belevingswereld van de sporter. Soms landt zo’n aanwijzing wel, maar vaker niet, of maar heel even. Aanwijzingen die het effect van de beweging beschrijven werken beter, omdat de sporter daar zelf een oplossing bij kan zoeken.
3. Wat betekent EVI in de sport?
EVI is een ezelsbruggetje voor drie leermethoden die volgens Beek beter werken dan herhalen en expliciet instrueren. De E staat voor externe focus van aandacht: richt je op het effect van je beweging in plaats van op je lichaam. De V staat voor variabiliteit, want zonder variatie weet je niet welke oplossingen werken. De I staat voor impliciet leren, bijvoorbeeld via beelden of een aangepaste omgeving. Die drie versterken elkaar en zijn goed te combineren.
4. Welke loopstijl is het beste voor hardlopers?
Die bestaat niet, zegt Beek, en dat is geen ontwijkend antwoord. In het model dat hij met Ben van Oeveren maakte, bepalen je cadans en je duty factor je loopstijl. Welke stijl gunstig is, hangt af van wat je belangrijk vindt: een snelle tijd, een zuinige loopeconomie of een laag blessurerisico. Wil je snelheid, dan ga je richting korte contacttijden, met meer risico op onderbeenklachten. Wil je heel blijven, dan passen kortere passen beter.
5. Wat is de duty factor bij hardlopen?
De duty factor beschrijft hoe lang je voet contact maakt met de grond, afgezet tegen de duur van de hele pascyclus. Samen met je cadans bepaalt die volgens het model van Van Oeveren en Beek je loopstijl. Lopers met een lage duty factor zweven relatief lang en heten in dat model de Bounce. Lopers die juist lang aan de grond blijven, zijn de Stick. Beide variabelen zijn los van elkaar aan te passen, ook tijdens het lopen buiten.
6. Waarom klopt de 10.000-urenregel niet?
Anders Ericsson onderzocht hoe experts de top bereikten en vond een spectrum van ongeveer 4.000 tot 10.000 uur oefenen, geen vast getal. Malcolm Gladwell maakte daar in zijn boek Outliers één harde regel van, die daarna een eigen leven ging leiden. Ericsson wilde bovendien de rol van aanleg zo klein mogelijk maken, en dat is volgens Beek niet houdbaar. Wie de top haalt, heeft meestal een gunstige aanleg én een gunstige reactie op training, en maakt daarnaast veel uren.
Handige bronnen en links:Website van Peter Beek: https://peterjbeek.com/
Onderzoeksprofiel van Peter Beek bij de Vrije Universiteit Amsterdam: https://research.vu.nl/en/persons/pj-beek/
Het college van Peter Beek bij de Universiteit van Nederland, over wanneer je als sporter beter niet naar je coach kunt luisteren:
