Verslaafd aan zoet water #1
Water voor Later | 15 jul 2026 | 00:20:46

We zijn verslaafd aan zoet water. Dat zeggen Remco Bosma, dijkgraaf van HHNK en Willem Messchaert, zelfverklaard dijkoloog, in de eerste aflevering van de podcast Water voor Later. Misschien zijn we te veel gewend geraakt aan voldoende zoet water. Sinds het dichten van De Afsluitdijk in 1932 bleek het waterbeheer met fors toenemende landbouwopbrengsten tamelijk succesvol. Van oorsprong werd ons gebied omsloten door zout water. De landengte tussen de Noordzee en het IJ, ook wel bekend als Holland op z’n smalst, was slechts 7 kilometer breed! Regenwater werd gebufferd en bij droogte waren agrariërs aangewezen op het zilte water uit de boezems. Sinds de jaren 30 van de vorige eeuw is goed gebruik gemaakt van het zoete water dat met IJsselmeer in grote hoeveelheden voorradig was. We staan nu echter op een kantelpunt betogen Bosma en Messchaert. Door klimatologische veranderingen, economische ontwikkeling, bevolkingsgroei en toenemende druk op de ruimte dreigt in de toekomst vaker een tekort aan zoet water. De verwachting is dat het aanbod van zoet water afneemt. De Rijn verandert van een smeltwaterrivier in een regenwaterrivier waardoor we niet meer kunnen rekenen op een regelmatige zoetwateraanvoer. Ook zal de vraag naar zoet water toenemen door meer en langere perioden van droogte, het tegengaan van verzilting veroorzaakt door zeespiegelstijging, toenemende bedrijvigheid en het verminderen van methaanemissies uit veenweidegebieden. Volgens Remco Bosma is het van het grootste belang dat we nu al starten met het voorbereiden op die uitdagende toekomst. Messchaert ziet daar wel een gevaar. De mens is er volgens hem niet zo heel goed in om in actie te komen voor iets dat over 50 jaar realiteit zal zijn. Hij zegt dan ook: ‘Waar is dat rode stoplicht?’ Die staat er niet, maar is er wel degelijk. Zij zien de oplossing in het samen werken aan duurzaam waterbeheer. Zij zien HHNK als aanjager van die samenwerking en stellen ook dat HHNK het niet meer alleen kan. Professionals en inwoners zullen allen een steentje bij moeten dragen aan een leefomgeving die werkbaar en prettig is.
