In de podcast Heilige van de Dag vertelt Roderick Vonhögen je elke werkdag de spannende verhalen achter de vrome beelden in kerken en kathedralen. Over martelaren en dwarsliggers, over mystici, rebellen en twijfelaars. Van Sint Maarten tot Fransciscus, van Maria tot moeder Teresa. Waarom zetten deze mensen hun reputatie, vrijheid of zelfs hun leven op het spel, en wat zegt dat over hoe wij vandaag leven, geloven en twijfelen? Luister naar Heilige van de Dag en ontdek hoe oude verhalen alles te maken hebben met jouw leven nu.
Zou je Roderick nog iets willen vragen of wil je ons iets vertellen over heiligen?
Met nog maar honderd kilometer te gaan bereikt Roderick het bijzondere Portomarín, een dorp dat een tweede leven kreeg. Terwijl het oude dorp onder water verdween, werden de eeuwenoude kerk en kapel zorgvuldig herbouwd op de heuvel erboven. Onder de bescherming van Onze-Lieve-Vrouw van de Sneeuw, al eeuwen de patrones van het dorp, ontstaat een verhaal over verlies, hoop en opnieuw beginnen.
In een vergeten kapelletje langs een kabbelend beekje ontmoet Roderick een onverwachte metgezel op de Camino: Antonius van Padua. Deze heilige wordt in de volksdevotie vaak aangeroepen als de patroon van de verloren spullen. Wat als je onderweg niet je sleutels kwijt bent, maar iets veel wezenlijkers?
Na een loodzware klim bereikt Roderick het plaatsje O Cebreiro. Hier, in het oudste kerkje van de Camino, stuit hij op een van de meest bijzondere verhalen van de hele route. Hier zou een monnik met geloofstwijfels tijdens een sneeuwstorm getuige zijn geweest van een wonder met brood en wijn. Maar O Cebreiro vertelt nog een veel recenter verhaal: dat van een dorpspastoor en een pot gele verf...
In Ponferrada, de stad van de tempeliers, zoekt Roderick verkoeling in de basiliek. Daar ontdekt hij het eeuwenoude verhaal van een Mariabeeld dat verborgen zou zijn geweest in een eik en eeuwen later door tempeliers werd teruggevonden. Is dit verhaal waargebeurd? En maakt dat eigenlijk uit?
Na een steile afdaling uit de bergen bereikt Roderick het sfeervolle Molinaseca, waar een eeuwenoude pelgrimsbrug de rivier overspant. Op een stormachtige nacht in de middeleeuwen probeerde hier een groep pelgrims over te steken. De woeste rivier sleurde de reizigers mee, tot er een lichtende gestalte verscheen... Wie was deze mysterieuze verschijning?
In Rabanal del Camino, vlak voor de beroemde klim naar het Cruz de Ferro, ontdekt Roderick een onverwachte aanwezigheid op de pelgrimsroute: een gemeenschap van benedictijner monniken. Op de plek waar ooit tempeliers reizigers beschermden, bieden zij vandaag iets anders aan: rust, gebed en gastvrijheid. Een sfeervolle aflevering over Benedictus, de kracht van vaste ritmes en de bijzondere mensen die pelgrims onderweg blijven begeleiden, lang nadat zij zelf weer verder zijn getrokken.
In het piepkleine Santa Catalina de Somoza stuit Roderick op een bijzonder kerkje met een reliek van de heilige Blasius. Dat komt goed uit, want zelf loopt hij nog altijd wat verkouden rond. Blasius staat al eeuwen bekend als beschermer bij keel- en luchtwegklachten. Samen met de heilige Catharina, die symbool staat voor wijsheid en richting, vormt hij een passend duo voor iedereen die op de Camino wel wat genezing kan gebruiken.
Na dagen over de uitgestrekte Meseta te hebben gelopen, bereikt Roderick bij Astorga het punt waar de Camino weer de bergen in trekt. Bij de kathedraal vertelt hij het verhaal van de heilige Turibius van Astorga: pelgrim, bisschop en beschermer in roerige tijden. Over een reliek van het ware kruis, een engel op een bergtop en de kracht om door te gaan wanneer twijfel toeslaat.
Wat heeft een zesde-eeuwse bisschop te maken met het internet? Meer dan je denkt. Onderweg naar Santiago vertelt Roderick in Léon het verhaal van de heilige Isidorus van Sevilla: een jongen die liever wegvluchtte van zijn boeken, maar uitgroeide tot de grootste encyclopedist van de middeleeuwen.
Op een druk en zonnige plein in Léon bewondert Roderick de grote dertiende eeuwse kathedraal. De heilige die in deze kathedraal begraven ligt, is misschien wel de belangrijkste van de hele streek. De heilige Froilán had zelf weinig ambitie om hogerop te klimmen- toch vroegen de bewoners van Léon of hij bisschop wilde worden. Dit zorgde voor een innerlijk dilemma: moest hij wel of niet dit leiderschap op zich nemen? Om antwoord te krijgen op deze vraag had Froilán een wel heel bijzondere aanpak...
Roderick komt aan in de plaats Sahagún. Aan weerszijden van de weg staan twee grote beelden: het blijken de broers Primitivo en Facundo te zijn. Wie waren deze twee totaal verschillende mannen? En waarom staan ze als poortwachters op het middelpunt van de Camino?
Roderick is aangekomen in het kleine dorpje Terradillos de los Templarios, dat zijn naam te danken heeft aan de mysterieuze ridderorde de Tempeliers. Deze ridderorde was uniek in de middeleeuwen: de leden ervan waren ridder, monniken en bankiers in één. Waarom werd deze hele ridderorde gearresteerd en gemarteld tijdens het begin van de veertiende eeuw? Roderick zoekt het uit én ontdekt een sprookje dat verbonden is aan deze plek: over een kip die gouden eieren legt.
In alle vroegte steekt Roderick de rivier de Carrión over. Het stadje Carrión de los Condes is een groen, welvarend stadje vol grote kerken en oude gebouwen, waaronder het gigantische klooster van San Zoilo. Hoe is dit stadje zo welvarend geworden in een omgeving waar verder alleen gehuchten liggen? Dat heeft alles te maken met de botten van de heilige Zoilo…
Roderick loopt langs Frómista, waar het een drukte van jewelste is. Dit plaatsje aan de Camino viert namelijk het feest van de patroonheilige Telmo. Waarom is hij zo’n belangrijke heilige voor vissers en zeelieden, terwijl Frómista mijlenver van zee ligt?
Het is een winderige dag op de Meseta- het dorre hoogplateau van de Camino. Hier vindt Roderick een oud Romaans kerkje dat is toegewijd aan een heilige die we in Nederland allemaal kennen: Sint-Nicolaas. Het is een plek waar al eeuwenlang pelgrims verzorgd worden en overnachten. Als je hier als pelgrim wil overnachten moet je je overgeven aan een eeuwenoud ritueel, dat niet iedereen durft toe te laten…
Roderick komt langs het stadje Castrojeriz. Hier vertelt hij het verhaal van een weduwe die haar rijkdom gebruikt om pelgrims op te vangen. Wanneer een besmettelijk zieke pelgrim langskomt, wast ze liefdevol zijn wonden en geeft ze hem te eten. Maar… was dit wel een pelgrim, of was het misschien een engel?
Op weg van Hontanas naar Castrojeriz loopt Roderick langs een van de meest indrukwekkende plekken van de Camino: de ruïnes van het eeuwenoude klooster van San Antón. Ooit was dit een toevluchtsoord voor pelgrims die ziek, gewond of uitgeput waren geraakt onderweg. Hier vertelt hij het verhaal van Antonius Abt, de Egyptische woestijnheilige die uitgroeide tot beschermheilige van zieken en inspiratiebron voor de Antonieten, een orde die zich specialiseerde in de zorg voor reizigers.
Na een zware dag op de Spaanse hoogvlakte bereikt Roderick het kleine dorpje Hontanas. Daar ontdekt hij tot zijn grote verbazing een kapelletje dat is gewijd aan de heilige Birgitta van Zweden. Wat doet een Zweedse mystica en koningsdochter op een van de meest afgelegen stukken van de Camino? Een aflevering over de internationale geschiedenis van de Camino en de vraag waarom mensen al eeuwenlang dezelfde weg blijven volgen.
Op weg naar Santiago brengt Roderick een bezoek aan de indrukwekkende kathedraal van Burgos. Tussen de vele heiligenbeelden ontdekt hij een opvallende figuur: een gevleugelde pelgrim met wandellaarzen, een staf en een vis in zijn hand. Wie is deze mysterieuze reiziger? Het blijkt de aartsengel Rafaël te zijn, gids van Tobias en beschermer van reizigers. Door dit beeld staat Roderick stil bij een vraag die elke pelgrim bezighoudt: wie of wat begeleidt je onderweg wanneer de weg zwaar wordt?
Op weg naar Santiago de Compostela bereikt Roderick Burgos, een van de belangrijkste steden op de Camino. Net buiten het oude centrum bezoekt hij de kerk van San Lesmes, de patroonheilige van de stad. Daar ontdekt hij het verhaal van een Franse monnik die geen grote prediker of wonderdoener was, maar vooral bekend werd door zijn zorg voor armen, zieken en vermoeide pelgrims. Waarom wordt juist deze praktische helper al bijna duizend jaar vereerd?
Op weg naar Burgos houdt Roderick halt in het eeuwenoude San Juan de Ortega, een plek die al generaties lang pelgrims aantrekt. Het mag dan nu een idyllische plek zijn, ooit was dit één van de gevaarlijkste plekken op de Camino. In de bossen hielden roversbenden en wilde beesten zich schuil. Roderick ontdekt hoe een jonge edelman zijn comfortabele leven achterliet om wegen, bruggen en hospitalen te bouwen om deze plek veiliger te maken voor pelgrims. Ook bezoekt hij het graf van Juan de Ortega, en verdiept hij zich in het geheim van het beroemde ‘lichtwonder’ van de kapel.
Roderick is in het donker vertrokken vanuit Belorado. Bij het opgaan van de zon komt hij aan in Villambistia. Hij stuit op een bijzondere kapel en een fontein waaraan wonderlijke krachten worden toegeschreven. Daar vertelt hij het verhaal van de heilige Rochus: een pelgrim die tijdens een pestepidemie voor zieken zorgde, zelf ziek werd en volgens de legende werd gered door een trouwe hond.
Op weg naar Santiago de Compostella bereikt Roderick het beroemde pelgrimsstadje Santo Domingo de la Calzada. In de kathedraal daar stuit hij op een van de wonderlijkste tradities van de Camino: levende kippen die al eeuwenlang worden gehouden ter herinnering aan een spectaculair pelgrimswonder. Waarom kraait er een haan in een kerk? En wat vertelt het verhaal van Santo Domingo over gastvrijheid, zorg en de bescherming van pelgrims, toen én nu?
Een pijnlijke blaar dwingt Roderick tot een onverwachte rustdag in Nájera. Juist doordat hij pas op de plaats moet maken, stuit hij op een heiligenverhaal waar hij anders aan voorbij was gelopen. Het verhaal begint met een koning die tijdens een jachtpartij een Mariabeeld vindt in een grot. Hoe veranderde deze wonderlijke vondst de geschiedenis van een hele stad? En welke rol speelde een tienerkluizenaar in het succes van een middeleeuws klooster? Een aflevering vol legendes, wonderen en onverwachte ontdekkingen.
In Navarrete draait alles om klei, vuur en pottenbakken. Maar achter die traditie schuilt ook een bijzonder heiligenverhaal. Roderick ontmoet de heilige zussen Justa en Rufina, ontdekt waarom hun relieken ooit naar Duitsland werden gebracht en vraagt zich af wat er overblijft als alles waar je voor gewerkt hebt in scherven uiteenvalt.
Roderick is in de vroege ochtend vertrokken uit Los Arcos. Het eerste dorpje dat hij op de route tegenkomt is Sansol. Waarom is dit Spaanse dorp vernoemd naar de bijna vergeten San Zoilo? Onderweg bezoekt hij ook een bijzondere achthoekige kapel in Torres del Río, gebouwd als miniatuurversie van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. Roderick heeft geluk: de kapel is open!
Na een klim naar het stille Villatuerta ontmoet Roderick een bijna vergeten beschermheilige van de Camino: Sint Veremundus. Een monnik die zijn leven wijdde aan één simpele, maar radicale keuze: geen pelgrim mag hongerlijden. In een tijd zonder herbergen en zekerheden, waarin uitputting en honger op de loer lagen, deelt hij alles wat hij heeft, zelfs als er eigenlijk niets meer over lijkt te zijn. Tótdat er een wonder gebeurt...
Als er in Puente la Reina geen slaapplek meer is, móet Roderick verderlopen: acht kilometer extra, de heuvel op naar het stille dorpje Cirauqui. Daar, tussen twee middeleeuwse kerken en onder klingelende klokken, duikt hij in het leven van de heilige Romanus: een martelaar die zelfs na de gruwel van zijn vervolgers bleef spreken. Roderick filosofeert over de rol die heiligen speelden in het leven van pelgrims. Waren het een soort superhelden?
Op een ogenschijnlijk rustig plein in het dorpje Obanos ontdekt Roderick een verhaal vol drama, schuld en genade. Twee heiligen, broer en zus -Felicia en Guyen- staan centraal in een legende waarin roeping, woede en vergeving botsen. Wat begint met een edelvrouw die alles achterlaat voor pelgrims, eindigt in een tragedie die nog eeuwen nagalmt.
Roderick bevindt zich op het meest winderige punt van de Camino, hoog op de Alto del Perdón. Het is een plek met veel windmolens én een bijzonder monument: hier heeft namelijk eeuwenlang een veldhospitaal gestaan. Pelgrims konden hier op adem komen en verzorgd worden als dat nodig was. Wat betekent deze plek vandaag de dag nog voor wie de Camino loopt? En wat zegt deze berg over loslaten, tegenwind en opnieuw beginnen?