Home | Podcast
Podcast Luisteren (PodNL)

Alles van waarde is weerloos

"Alles van waarde is weerloos", de podcast waarin ik, Allard Amelink, op zoek ga naar de mooiste gedichten uit het Nederlands taalgebied. Dat doe ik door jou als luisteraar te vragen naar je favoriete gedicht. Zo bouwen we samen een canon van de mooiste poëzie.

Jun 10 2020 | 00:05:53

VOOR EEN DAG VAN MORGEN

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Jun 09 2020 | 00:03:33

VERDWENEN ESDOORN

Hij stond al die jaren
voor mijn raam en ik zag
hoe hij steeds langer
stond dood te gaan

nu is hij weg – ik zie hem
alleen nog voor me
als ik aan hem denk

als ik door de ruimte kijk
boven de lege plek
waar hij leefde

hoe vanzelfsprekend
is ook nu dit uitzicht

Jun 08 2020 | 00:05:59

STILSTAAN

Vanmorgen horloge gepakt:
staat stil. Kapot.
Niks meer aan te doen.

Op het balkon gezeten.
Broodje kaas gegeten.
Poes gestreeld.
Geraniums water gegeven.

Radio aangezet. Gewenst
dat niet alleen mijn horloge
maar ook deze dag
stil zou blijven staan.

Jun 05 2020 | 00:03:11

XIV

Als kleine vogels nestelden je handen
in de bonten mouwen van je mantel.
Fladderden over de breede randen,
Je vingers beurtelings vleugels of halzen,
Je glanzende nagels roze snavels.

Je wimpers waren kleine waaiers,
Die je bezwerend neer kon slaan,
Voor wat je te zeer zou hebben ontdaan,
Of wat in je oogen kon ontstaan.
Maar soms ontgingen hen toch je tranen.

Jun 04 2020 | 00:04:27

PHOENIX

Vlam in mij, laai weer op;
hart in mij, heb geduld,
verdubbel het vertrouwen -
vogel in mij, laat zich opnieuw ontvouwen
de vleugelen, de nu nog moede en grauwe;
o, wiek nu op uit de verbrande takken
en laat den moed en uwe vaart niet zakken;
het nest is goed, maar het heelal is ruimer.

Jun 03 2020 | 00:04:40

WIE

wie
heeft er wat tijd
raadt dat ik vecht
kent de monsters
onder mijn bed

hoort mijn stilte
geeft me wat hoop
weet van de wolk
boven mijn hoofd

wie
kijkt naar me om
zegt me gedag
ziet het verdriet
achter mijn lach

stelt me in staat
biedt vaste grond
vraagt hoe het gaat
en… hoe dat komt

Jun 02 2020 | 00:07:06

Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij, onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.

Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.

Lijf ende goed tezamen
heb ik u niet verschoond,
mijn broeders, hoog van namen
hebben 't u ook vertoond
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in 't eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.

Edel en hooggeboren,
van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren,
als een vroom christenman,
voor Godes woord geprezen,
heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vrezen
mijn edel bloed gewaagd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Van al die mij bezwaren
en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren
den trouwen dienaar Dijn,
dat zij mij niet verrassen
in haren bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.

Als David moeste vluchten
voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.

Na 't zuur zal ik ontvangen
van God, mijn Heer, het zoet,
daar na zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
welk is, dat ik mag sterven
met ere in het veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.

Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.

Als een prins opgezeten
met mijner heireskracht,
van den tiran vermeten
heb ik den slag verwacht,
die, bij Maastricht begraven,
bevreesde mijn geweld;
mijn ruiters zag men draven
zeer moedig in dat veld.

Zo het den wil des Heren
op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren
van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
die alle ding regeert,
die men altijd moet loven,
en heeft het niet begeerd.

Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.

Oorlof mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,
't zal hier haast zijn gedaan.

Voor God wil ik belijden
en Zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in den gerechtigheid.

May 29 2020 | 00:09:35

SOMS MOET DAT

Ik sta met mijn open mond vol geluk
te wachten tot iemand het eruit pakt wil je
het geluk uit mijn keel pakken zodat ik er
niet langer over struikel tijdens het praten misschien
zou je kunnen luisteren op de kruk bij mijn knie
kunnen zitten zeggen dat je iets leuks gaat doen
dit weekend dat je van alles van plan bent en
vragen of ik daar de uitvoering van
wil worden misschien
kun je mijn hand vasthouden als we nog eens
samen voor een winkelruit ons af staan te vragen
hoeveel de papieren vogel kost of zou je je wang
in het kuiltje van mijn schouderblad kunnen leggen
tijdens het strijkorkest zoals een egel die zich
met het zachte stukje van zijn bestaan terugtrekt
in de schaduw van twee struiken in juli en meer
nog dan dit zou je de luidspreker uit mij handen
kunnen trekken als ik weer eens op blote voeten
sta te stampen met al het goede uit een dag
op mijn lippen zou je kunnen zeggen stil maar ook
als je fluistert wordt er naar je geluisterd misschien
zeg ik is er niemand die wil horen wat je zegt
omdat je aan mensen niet iets kunt hangen
zoals jij doet enkel rond
kunt hangen in de zweetlucht van
je jeugd terwijl er nergens iemand klaarstaat
met een zonnige waterspuit nee je moet zelf
door de zomersproeier lopen in je
mickey mouse-zwempak
of veertien jaar later
in je supermarktschort en
als men vraagt waarom schrijf je
in hemelsnaam nog gedichten antwoord dan
omdat mensen niet onder mijn tong
blijven liggen omdat je gedichten stil
kunt laten staan als een luisterend oor
tegen je schokkende borstkas omdat poëzie
aan je ribben is gaan rusten en
een verband heeft aangelegd
met jouw verhaal.

May 28 2020 | 00:05:52

HERINNERING AAN HOLLAND

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

May 27 2020 | 00:03:22

Je zoenen zijn zoeter dan
zoeter dan honing en ik vind je
mooier en liever, liever
en aardiger nog dan de koning.
We gaan samen liggen
een eind hier vandaan
we maken van takken
van takken en blaadjes
een vloer en een dak,
dat was onze woning,
of ik was het tuintje
en jij was de tent
daar gingen wij wonen
en blijven en horen
o rep je mijn liefje
ik heb je zo graag
nu of nooit samen slapen
want we zijn er
alleen maar vandaag.

May 26 2020 | 00:09:17

TIJD

Ik droomde, dat ik langzaam leefde...
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen...
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
- De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn; en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd...
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

RUIMTE

Ik droomde dat ik pijlsnel leefde,
twaalf maal sneller dan het licht –
het was fantastisch. Om mij heen
stond alles stil, voorgoed bevroren
in volkomen relativiteit. Het voelde
als onsterfelijkheid; ik zag planeten
in hun baan bevriezen en kometen
vaart verliezen, slakkensporen
uit hun staarten, hoe het zonlicht
aarde maakte als een straal
van vallend water.
Later, toen ik het heelal
in elke richting had doorkruist
op de trilling van een snaar
en wetenschap en wichelaars
tot waanzin had gedreven
met een schier oneindig leven
dat voor hen geen uur besloeg,
wist ik de warme lentedag
waarop ik pas geboren was
nog lang genoeg voor 100.000 jaar.

May 25 2020 | 00:05:52

DE MOEDER DE VROUW

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd -
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

May 19 2020 | 00:04:27

RUIMTE

we hebben tijd
stotter maar zoveel je wilt
ik wacht wel
we hebben tijd
jij bent van de ruimte
ik ben van de afgrond
ik vraag niet door
jij vraagt niet verder
want we weten
we hebben tijd
ik wil met je zien
ik wil met je horen
de sterren moeten niet zo ongeduldig zijn
en het koor van de orka's kan beter nog wat repeteren
al je kennis maakt je mooi
mijn stomheid doet hetzelfde
jij houdt van het niets
en ik houd van het alles

May 18 2020 | 00:05:04

BINGO

De kantinebeheerder dwong mij als voorlezer
van de getallen van de bingo
in het verzorgingshuis van mijn moeder
op te treden.

De getallen moest ik allemaal twee keer uitspreken:
deze voorwaarde bleek een zwaarbevochten overwinning
van het Vergeetkamp.

Het Bijdepinkenkamp vond dan weer
dat het allemaal wel wat vlugger mocht.
Gaandeweg ontstond de neiging om aan sommige getallen
een kleine uitleg mee te geven, neem bijvoorbeeld
1 is maar alleen
2 fijn samen
3 is heilig
4 Renault (oud model)
5 is een schijf
6 maar net voldoende
7 is geluk
8 voor altijd
9 is verlegen
wie niet weg is is gezien.

Opnieuw verdeelde de zaal zich, nu in twee nieuwe kampen.
Het kamp van de mensen die weten dat ze hier hun tijd stukslaan
en het kamp van de mensen van stel je niet aan.

Je kon als hoofdprijs een wasteiltje met een paar producten
van de Action erin winnen. Van dat spul dat niemand wil hebben
maar toch koopt. Een van de winnaars liet de helft van haar pakket
bestaande uit een drinkbeker met een zakje snoep erin
op de winnaarstafel achter. Kon het niet laten.
Zit je dan, met je drinkbeker.

Ze nam de snoepjes wèl mee naar huis.
Misschien komt er straks iemand langs om te trakteren.

May 15 2020 | 00:04:21

DE HEMEL

Oma was een vrome moeder,
geen begijn, maar wel devoot.
In die geest bracht ze haar kinderen,
al haar negen kinderen groot.

Niet dat ze de kerkdeur plat liep,
zeven dagen in de week,
maar wel zat ze elke zondag
mee te knikken bij de preek.

Heel wat kaarsen heeft ze ontstoken,
heeft gebeden en gevast,
zette thuis kersverse bloemen
naast Maria op de kast.

Ook heeft oma vreugdetranen
om haar oudste zoon geschreid,
die een stralend mooie ochtend
priester werd gewijd.

Toen is grootvader gestorven.
‘Vrouwe,’ zei de kapelaan,
‘deze goede mens is zeker
al de hemel ingegaan.’

Oma knikte. Maar liet weten,
toen de man het huis verliet:
‘Ja. Nu kan ik het wel zeggen...
in de hemel geloof ik niet.’

Sindsdien zorgt ze ieder jaar nog
voor een welverdiende mis
voor mijn opa in die hemel
die er volgens haar niet is.

May 14 2020 | 00:03:51

WIT HUIS

hoeveel gewicht legt dit huis op de aarde
hoe zwaar weegt het zonder mensen.

de kamers hebben roepnamen van hen
die er niet meer slapen.

we groeven een gat en vanuit de kelder hoor je de zee.

op welke afstand voel je een huis niet meer
hoe groot is de ruimte eromheen.

May 13 2020 | 00:04:03

ZEI ZE

Zei ze hadden we nieuwe ontferming
besteld wij, ze zouden die brengen,
de nieuwe ontferming, op vrijdag.
Zeggen ze vrijdag kan het op zaterdag.
Zeggen we ja, maar dan wel in
de morgen. Zeggen ze gaat niet,
dat gaat niet, de morgen. Zegt mijn
man goed, dan kom ik die zelf halen,
zaterdag dan in de morgen, dat kan?
Ja dat kan, zeggen ze. Komt hij daar,
zaterdag, nergens ontferming. Zegt hij
hoezo niet, die zou er toch wezen?
Nee nee, die is er niet, komt u maar
vrijdag. Zegt hij wat vrijdag, ik moet
die meteen. Zeggen ze gaat niet, de
is nog niet binnen. Zegt hij u zei toch
dat die er nu was? Zeiden ze
moeten we zeggen van niet dan,
wilt u dat horen,
van zeggen van niet?

May 11 2020 | 00:04:35

SNEEUW

Alsof het in jouw hoofd niet sneeuwt!

Alsof ook bij jou de herinnering
er niet als sneeuw uitziet, sneeuwend
omlaag valt op alles,
en alles vervormt.

Een gedachte aan ons
daalt over het vroeger zo zonnige landschap.
Die tweemaal zachtglooiende heuvels, ginds,
in de bocht, bij die palmen,
dat zijn onze personen.

Zij liggen daar goed op het strand.
Boeken van ijs, sigaretten van sneeuw,
twee overgebleven toeristen
in de verleiding van ijsland,
geblakerd in licht van kristal.

Zo vergeten wij ons
en vallen, wit en geluidloos,
over alles van eerdere tijden;
wij dwarrelen, zwevend en dansend,
over het wit van iets niet.

May 07 2020 | 00:03:42

BALSPORT

Omdat ik zoveel mogelijk boeken op mijn bed heb gelegd
lig ik vanavond op de grond. Een zangeres zingt dat het niemand
iets kan schelen of je wel of niet naar het feestje gaat. Ik vraag me af
of het iemand uitmaakt wanneer ik mijn ontbijt koop: straks

of morgenvroeg. Soms zou ik mijn leven in dienst van een
balsport willen stellen. Op tijd ontbijten, sporten en elke avond
vroeg naar bed. Ik zou een journalist zwetend en hijgend
te woord staan, zo onverstaanbaar mogelijk zeggen

dat je het uiteindelijk hier voor doet. Diep van binnen
weet ik dat ze mijn leven niet zullen verfilmen, dat mijn
stem als natte sneeuw op straat valt, nooit langer
dan een nacht blijft liggen.

Buiten is het glad en koud. Piepende machines strooien zout
op de wegen, plassen kleuren rood en blauw. Ik sta op, leg
de boeken in de kast en houd me vast aan de gedachte
dat mijn tapijt nog nooit verschoven is.

May 07 2020 | 00:08:02

DE DAPPERSTRAAT

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant.
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.

Dit heb ik bij mijzelve overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

May 06 2020 | 00:06:28

UTRECHT REVISITED

Waar waren de dagen van Bonifacius,
dacht ik.
De dagen dat hij in Dokkum
een kopje kleiner gemaakt werd, vroeg de vriendin
van de laatste jaren, het laatste in bed –

nee, nee, de dagen van strafwerk en herfst,
de doodstille morgens, kwart over acht,
slenterend onder kastanjebomen, althans,
zo staan ze in mijn herinnering, langs
de verdomde Kromme en Nieuwe Gracht;
lyceum over het water
vol thema’s en algebra, Tacitus, Plato,
stemmen van leraren, geur van schoolbord, de geur
van het ene meisje – en onvoldoendes
voor alles en iedereen.

In de winter de ijsbaan aan de Johannapolder.
De ijsbaan, vroeg ze, waar Schenk z’n records reed?
Nee, nee, de dagen van Friese schaatsen,
toen niemand kon rijden, behalve
het ene meisje, dat ook met de knappere jongen
uit de nog hogere klas voor me uitliep;
en had ik soms iemand om uit te leggen
dat je nu net zo goed dood kon?

En ’s avonds, twee vrienden, gedichten onder de arm,
op weg naar het Paushuis.
Een voetreis naar Rome? vroeg ze.
Nee nee, de gracht waar Marsman gewoond had,
en later reed ik dan langs het huis
van het meisje, haar kamer bleef donker,
en onvoldoendes voor alles en iedereen.

Kom terug uit die stad. Ben je zielig? vroeg ze.
Nee nee, ja ja, maar ik weet bijna alles:
de kamer van Marsman, Tacitus, schaatsen,
waarom iedereen iedereen alleen heeft gelaten,
en dat ik op avonden zonder jou
dat meisje weer hoorde praten –

En later keek ze me aan, de vrouw van vandaag,
en al bijna gisteren, en ik zag wel
wat er ontbrak: haar ogen
gaven me onvoldoende. Vluchten dus,
net als toen, gepakt
en gezakt.

May 05 2020 | 00:03:33

EEN VOLK DAT VOOR TIRANNEN ZWICHT

Allen, die hier tesamen zijn,
de levenden, de doden,
de handbreed, die ons scheidt, is klein,
wij zijn tesamen ontboden voor het gericht ...

Gedenk de liefste, die hier ligt,
de broeder, vrind of vader,
maar gun Uw ogen wijder zicht,
aanzie het land en alle mens tegader,
hoor dit bericht:

Wij staan tesaam voor het gericht
voor goed of kwaad te kiezen,
een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.

May 04 2020 | 00:05:31

BEN ALI LIBI

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

May 01 2020 | 00:02:25

SLAAPLIEDJE

Het schaap heeft slaap,
de koe is moe,
het varken doet
zijn oogjes toe.

Het paard kijkt over
’t prikkeldraad
en denkt: Het is
ontzettend laat.

De kip zegt zacht
Nog één keer: Tok.
En ach, daar slaapt ze
op haar stok.

De boer kruipt ook
het bed maar in,
lekker dicht
bij zijn boerin.

Apr 30 2020 | 00:03:41

Ik sta voor de verte.
Hij is groot,
maar ook heel klein en nietszeggend.
Het is nog maar één stap.

Hij kijkt mij aan.
Zijn glimmende, oogverblindende onverbiddelijkheid,
zijn kille, stilzwijgende onbeduidendheid.
'Nee!'
Ik draai me om en hol zo snel als ik kan weg.
Terug, terug
Achtervolgt hij mij?

'Zeg, mier, ben jij niet onlangs in de verte geweest?'
'Ach ja, wat zal ik zeggen, de verte, daar noem je zo wat...'
De oude mier. De vertrouwende, schouderophalende mier.
De pijnlijk mislukte mier.

Ik zal die stap zetten, ooit.

Apr 29 2020 | 00:04:29

Aan het roer dien avond stond het hart
en scheepte maan en bossen in zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het met wind en schemering
om boeg en tuig voorbij de laatste stad.

Apr 28 2020 | 00:04:03

POËZIE IS KINDERSPEL

over het krakende ei
dwaalt een hemelse bode
op zoek naar zijn antipode
en dat zijt gij

mogelijk dat men op zulk een kleine schaal
niet denken kan het maakt nijdig
of men is verveeld dus veel te veilig
dan is men verloren voor de poëzie

u rest slechts een troost ligt gij op sterven
gij verveelt u dan ook niet
en plotseling kan dan pop en bal
laat herinnerd u laten weten
dit was ik en dat was het heelal

Gerelateerde podcasts

Alle podcasts A-Z