Tante Wie gaat graag met de tram, ze vindt het altijd een zalig ritje. Ze pakt de 2 of de 5 naar het Leidseplein en geniet van de geluiden en wat ze onderweg ziet.
Zuurjood was geen scheldwoord hoor, het was een begrip. Zuurjoden verkochten augurken en uitjes en dat werd vroeger graag gegeten in Mokum. Het venten op de zondag was wel een probleem....luister hoe het Augurkiesman Karel verging...
Bet van Beeren was een heel bijzonder mens, ze had een grote bek maar een hartje van goud. In dit potkassie geeft tante Wie Bet een eerbetoon en ze besluit haar gedicht met de opmerking dat zo’n legendarische Amsterdammer toch eigenlijk een standbeeld verdient....
Tante Wie heb een parkietje. Je hoort haar vaak op de achtergrond mee kwetteren in haar potkassies. Deze keer is de podcast geheel in het teken van het vogelbeest.
In Amsterdam Noord, Nieuwendam, Zaandam en vele dorpen ten Noorden van het IJ, eet men met Kerst en Pasen Duivenkater. Het is een mysterieus brood. Niemand weet hoe het aan zijn naam komt en het recept is geheim.....
Vroeger stikte het van de palingventers in Mokum. Met hun bootjes ventte ze door de grachten. Tante Wie schreef een gedicht ter ere van de Volendamse palingventer Plat die de beste paling van Mokum had!
Tante Wie uit de Westerstraat blikt deze zondag terug op de zondagen in haar jeugd. Ze moest mee naar de kerk en naar de zondagsschool en die houten bankies waren zo tering hard maar er was ook een hele geinige pater....