Home | Podcast
Podcast Luisteren (PodNL)

Fantasyfans

Geef deze podcast je waardering

Fantasyfans is de Nederlandstalige podcast voor liefhebbers van fantasy, boeken en verhalen. Presentator Roderick Vonhögen ontmoet schrijvers, illustratoren, cosplayers, kunstenaars en andere makers uit de Nederlandse en Vlaamse fantasywereld. Ontdek nieuwe fantasyboeken en auteurs, luister naar de verhalen achter bijzondere werelden en personages en maak kennis met de creativiteit van cosplayers, tekenaars en andere makers. Ook bezoeken we fantasyfestivals zoals Castlefest en Elfia, waar fantasy fans, schrijvers en makers samenkomen. Of je nu graag fantasy leest, zelf verhalen schrijft, aan cosplay doet of gewoon nieuwsgierig bent naar de mensen achter het genre, Fantasyfans laat je kennismaken met wat er allemaal leeft in de fantasywereld. Nieuwe interviews en verhalen verschijnen regelmatig.

fatherroderick.substack.com

Een jongen wordt in paniek door de bewakers van de citadel achtervolgd. Niet veel later kan hij zich niets meer herinneren. Dan vinden een paar studenten een verborgen doos met daarin een brief. De boodschap: er klopt iets fundamenteel niet aan de plek waar ze wonen.

En het heeft alles te maken met hun eigen verleden.

Dat is het mysterie waarmee G.J.G. Klaassen de jonge hoofdpersonen van zijn fantasydebuut De grot die gebouwd was confronteert. Op het eerste gezicht heeft hij een wereld geschapen met veel herkenbare ingrediënten voor fantasyliefhebbers: magie, verschillende volken, een oude oorlog en een grote citadel waar jongeren uit alle windstreken samenkomen. Maar onder dat avonturenverhaal ligt een veel ongemakkelijkere vraag: wat doe je als je ontdekt dat alles wat je over jezelf dacht te weten misschien niet waar is?

Een citadel vol geheimen

Hoofdpersoon Sidon is ongeveer dertien wanneer hij in de citadel terechtkomt. Hij ontmoet er jongeren uit verschillende delen van een behoorlijk omvangrijke wereld, waarvoor Gijs zelfs twee kaarten heeft gemaakt. Ze volgen lessen, leren elkaar kennen en ontdekken volken en culturen die voor hen soms compleet nieuw zijn.

Een van Sidons beste vrienden is bijvoorbeeld een Asem. Hij lijkt op een mens, maar waar wij haar hebben, groeien bij hem veren op zijn hoofd en armen. Naarmate hij ouder wordt, krijgt hij er steeds meer.

Ook magiërs bestaan in deze wereld, al leven zij relatief geïsoleerd. Daar ligt een geschiedenis van oorlog en conflict achter die geleidelijk een rol gaat spelen in het grotere verhaal.

Aanvankelijk lijkt de citadel een plek waar Sidon lessen volgt, nieuwe vrienden maakt en de wereld leert kennen. Maar al vanaf de eerste dag gebeuren er vreemde dingen en wordt duidelijk dat achter het dagelijks leven in de citadel iets anders schuilgaat. Bewakers gedragen zich vreemd. Studenten maken dingen mee die ze niet kunnen verklaren. Herinneringen blijken niet vanzelfsprekend betrouwbaar.

En dan is er die brief.

Iemand probeert de jongeren duidelijk te maken dat ze vragen moeten gaan stellen over de citadel, maar vooral ook over de tijd vóórdat ze daar kwamen.

Wie ben je als je niet weet waar je vandaan komt?

Daar raakt het fantasy-mysterie aan iets wat Gijs dagelijks om zich heen ziet. Naast schrijver is hij docent op een middelbare school. Juist rond de leeftijd van zijn personages ziet hij jongeren steeds nadrukkelijker bezig zijn met vragen als: wie ben ik eigenlijk? Waar hoor ik bij? Wie wil ik worden?

In zijn fantasywereld kan Gijs die herkenbare zoektocht uitvergroten. Want wat gebeurt er met je identiteit als je ontdekt dat zelfs het verhaal over je eigen verleden misschien niet klopt?

Die ontwikkeling stopt bovendien niet na het eerste boek. De grot die gebouwd was is het begin van een geplande trilogie en Gijs wil zijn personages daadwerkelijk ouder laten worden. In het vervolg wil hij ook vaker vanuit verschillende personages vertellen.

Dat maakt conflicten interessanter. Twee vrienden kunnen immers precies hetzelfde meemaken en daar totaal anders naar kijken. Volgens Gijs hoort dat ook bij opgroeien: je ontwikkelt eigen overtuigingen, ontdekt dat je het niet altijd met je vrienden eens bent en moet bepalen hoe je daarmee omgaat.

Fantasy hoeft niet altijd veilig te zijn

Een schrijver die Gijs daarbij inspireert is George R.R. Martin. Niet omdat hij van zijn verhaal onmiddellijk een nieuwe Game of Thrones wil maken, maar vanwege de manier waarop Martin conflicten uit personages, familieverhoudingen en overtuigingen laat voortkomen.

Gijs denkt daarbij bewust na over hoe ver hij kan gaan. Zijn personages zijn jong, maar dat betekent voor hem niet dat alles wat ze meemaken vriendelijk of ongevaarlijk moet blijven.

Hij wijst bijvoorbeeld op The Hunger Games en Avatar: The Last Airbender. Verhalen die toegankelijk zijn voor een jong publiek kunnen ondertussen behoorlijk zware onderwerpen aansnijden. In Avatar komen bijvoorbeeld oorlog, verlies, rouw en zelfs genocide voorbij.

Het gaat volgens hem niet alleen om wat je laat gebeuren, maar vooral om hoe je het beschrijft. Een gebeurtenis kan verschrikkelijk zijn zonder dat een schrijver ieder gewelddadig detail hoeft te vertellen.

Op die manier kan een verhaal behoorlijk donker worden, zonder dat het ook expliciet gewelddadig hoeft te worden.

Waarom is die grot eigenlijk gebouwd?

En dan blijft natuurlijk nog die merkwaardige titel.

Want wie bouwt er nu een grot?

Het antwoord ligt in een onverwachte inspiratiebron voor een fantasyroman: de Griekse filosoof Plato.

In zijn beroemde allegorie van de grot beschrijft Plato mensen die hun hele leven in een grot hebben gezeten en alleen schaduwen van de werkelijkheid kennen. Voor hen zijn die schaduwen de w…

Sommige weken heb ik meer behoefte aan fantasy dan andere.

Na een week met veel verdrietig nieuws merkte ik hoe fijn het kan zijn om even een andere wereld binnen te stappen. Niet per se om de werkelijkheid te ontvluchten, maar juist omdat verhalen soms helpen om die werkelijkheid beter te begrijpen.

In deze aflevering denk ik daarover na aan de hand van The Lord of the Rings en Frieren. Beide verhalen gaan op heel verschillende manieren over verlies, vriendschap en de sporen die moeilijke ervaringen achterlaten. Misschien is dat wel een van de redenen waarom fantasy zoveel troost kan bieden.

Waarom ik toch naar Elfia ga

Er is ook genoeg praktisch fantasynieuws deze week. Ik had eigenlijk besloten Elfia Arcen over te slaan. De hoge prijzen en sommige keuzes van de organisatie maakten me minder enthousiast.

Een bezoek aan de kleine Tavern’s Market in Nijmegen bracht me op andere gedachten.

Daar besefte ik weer dat ik helemaal niet in de eerste plaats voor het programma naar fantasyfestivals ga. Ik ga voor de ontmoetingen. Voor oude vrienden, nieuwe gezichten, makers achter kraampjes en spontane gesprekken met mensen die dezelfde liefde voor fantasy delen.

Dat betekent overigens niet dat mijn zorgen over de steeds hogere festivalprijzen verdwenen zijn. Want hoe toegankelijk blijft onze hobby als een festivalweekend al snel honderden euro’s kost?

Een troll, een pak klei en gevonden tijd

De Tavern’s Market had nog een ander onverwacht gevolg: ik ben weer volop aan het tekenen.

Na een korte TTRPG-sessie wilde ik de trol tekenen die we tijdens ons avontuur hadden verslagen. Inmiddels ligt er ook een pak zelfdrogende klei klaar waarmee ik kleine monnikjes wil maken om als trinkets weg te geven.

Het mooie is dat die uren tekenen helemaal niet meer voelen als tijd waarin ik eigenlijk iets nuttigers had moeten doen.

Het voelt als gevonden tijd.

In de aflevering vertel ik daar meer over, kijk ik vooruit naar Elfia, Heroes Dutch Comic Con, de Fully Booked Book Fair in Leuven en Fantastic Reads, en natuurlijk laat ik mijn eerste versie van de trol zien.

Luister naar de volledige aflevering via de podcastspeler hierboven, of kijk de fragmenten terug op het YouTube-kanaal van Fantasyfans.

En ik ben vooral benieuwd: welk fantasyverhaal is voor jou een plek geworden waar je graag naar terugkeert?



Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

Stel dat we over een paar eeuwen versleten lichaamsdelen gewoon kunnen vervangen. Een nieuw skelet als het oude niet meer meewerkt, verbeterde ogen wanneer je zicht achteruitgaat en technische hulpmiddelen voor alles waar ons lichaam ons in de steek laat. Een aantrekkelijk vooruitzicht, totdat je bedenkt dat al die nieuwe onderdelen waarschijnlijk hun eigen gebruiksaanwijzing hebben.

Misschien heeft dat kunstmatige skelet een beperkte levensduur. Misschien moeten die verbeterde ogen iedere dag met een speciaal zalfje worden onderhouden. En als je nu al regelmatig je bril kwijt bent, waarom zou je in de toekomst ineens wél al je technische hulpmiddelen kunnen terugvinden?

Het is precies het soort gedachte-experiment waar Jango Mathijsen en Anaïd Haen plezier in hebben.

‘Het begint wel heel vaak met: wat als?’, zegt Jango.

‘Ja, maar dat is nog niet erg genoeg’, vult Anaïd aan. ‘En dan denken we alsmaar door. Totdat we echt een groot probleem hebben.’

Die manier van denken vormt de basis van veel van hun sciencefiction. In de verhalenbundels Er Zal Eens verkennen ze verschillende mogelijke toekomsten, terwijl hun Ruimtebrekers-serie zich afspeelt in een universum waarin de mensheid zich ver door het Melkwegstelsel heeft verspreid. Hun toekomst is zelden probleemloos, maar ook lang niet altijd de duistere dystopie die sciencefiction soms van ons maakt.

Liever naar de toekomst

Anaïd weet in ieder geval welke kant ze op zou gaan als tijdreizen ooit mogelijk wordt. Niet terug naar een romantisch verleden, maar vooruit.

‘Ik zou altijd naar de toekomst willen. Ik zou altijd willen weten wat er komt.’

Ook Jango kijkt betrekkelijk optimistisch naar wat daar op ons wacht. Technologische vooruitgang heeft volgens hem in het verleden veel bijgedragen aan onze levensstandaard en ons welzijn. Hij ziet geen reden waarom die ontwikkeling zou moeten stoppen. Alleen verandert technologie één ding niet: de mens zelf.

‘De mens blijft de mens. We hebben heel veel positieve eigenschappen als mensheid, maar er zijn ook een aantal slechte eigenschappen.’

Daarmee is meteen het probleem van een tè perfecte toekomst opgelost. Nieuwe uitvindingen kunnen ons leven aangenamer maken, maar ze geven ons ook nieuwe mogelijkheden om fouten te maken. Hoe krachtiger de technologie, hoe groter bovendien de mogelijke gevolgen als iemand haar verkeerd gebruikt.

Voor een sciencefictionschrijver is dat vruchtbare grond. In Er Zal Eens spelen Jango en Anaïd bijvoorbeeld met een technologie waarmee iemand zijn behoefte aan slaap kan uitschakelen en met een vorm van tijdreizen waarbij je terugkeert in je eigen leven. Ze beginnen daarbij niet met de vraag welke spectaculaire technologie ze kunnen verzinnen, maar wat zo’n uitvinding met een mens zou doen.

Met de camper door het heelal

Sommige toekomstideeën hebben verrassend alledaagse wortels. Anaïds eerste sciencefictionverhaal, Lieve Liefde, ontstond mede vanuit haar liefde voor reizen met een camper.

Op camperplaatsen ontstaan tijdelijke gemeenschappen. Mensen komen aan, helpen elkaar wanneer dat nodig is en trekken daarna weer verder. Anaïd stelde zich voor dat reizen door de ruimte ooit op een vergelijkbare manier zou kunnen werken: het heelal als een enorm vrij gebied waarin mensen elkaar onderweg ontmoeten en vervolgens weer hun eigen richting kiezen.

Iets van dat idee kwam later terug in het Ruimtebrekers-universum. Daar heeft de mensheid zich over een groot deel van het Melkwegstelsel verspreid en reizen ruimteschepen via ‘geulen’ door de ruimte. Jango vergelijkt ze met de vaarwegen die een ijsbreker door het poolijs maakt. Alleen worden deze geulen door het continuüm van de ruimte gebroken. Ze moeten worden aangelegd en onderhouden, wat vanzelf weer allerlei mogelijkheden voor nieuwe verhalen oplevert.

Anaïd ziet zichzelf er al doorheen reizen in een soort ruimtecamper. Het aardige is alleen dat die van binnen waarschijnlijk een stuk minder futuristisch zou zijn dan je bij een sciencefictionschrijver verwacht.

Een koekoeksklok in de ruimtecamper

Thuis loopt Anaïd namelijk bepaald niet voorop met de nieuwste snufjes.

‘Ik ben heel erg van de oude meuk.’

Ze houdt spullen het liefst zo lang mogelijk en repareert ze wanneer dat kan. De vanzelfsprekendheid waarmee een telefoon na een paar jaar wordt vervangen, verbaast haar. Niet omdat nieuwe technologie haar niet interesseert, maar omdat ze weinig reden ziet om iets weg te doen dat nog prima functioneert.

Een robotstofzuiger heeft ze dus niet. Ze kookt zelfs nog op gas, met het praktische argument dat ze bij een stroomstoring tenminste nog thee kan zetten.

In haar denkbeeldige ruimtecamper zou daarom best een ouderwetse klok kunnen hangen die je met de hand moet opwinden.

‘Dan weet je in ieder geval hoe laat het is op Mars.’

Het klinkt bijna tegenstrijdig…

In het laatste deel van mijn wandeling door Nijmegen ontmoet ik opnieuw fantasyfans die de vreemdste ideeën omtoveren tot kunst, spellen en verhalen.

Hoe verder ik over de Tavern’s Market in het Kronenburgerpark wandel, hoe duidelijker het wordt dat je op zo’n markt eigenlijk nooit weet wat je bij het volgende kraampje aantreft.

Een heilige koe met engelenogen? Een steampunkwereld waarin relieken tot leven komen? Pokémonkaarten met echte diepte? Een koffiemok voor een storm cleric?

Het staat er allemaal.

Ghost of Yarn

Bij Ghost of Yarn kom ik een combinatie tegen van sieraden, lino-art, stickers en werk waarin dode dieren een onverwacht tweede leven krijgen.

Juist het extravagante karakter van dat werk trekt veel aandacht. Tegelijkertijd wil Yarn zich steeds meer richten op visuele kunst en wordt er gewerkt aan een portfolio met als doel een tattoo-apprenticeship.

Zelf maken is daarbij belangrijk. Zo blijft niet alleen het creatieve proces in eigen handen, maar is ook duidelijk onder welke omstandigheden iets geproduceerd is.

En voordat ik vertrek krijg ik nog een sticker mee van een wel heel bijzondere creatie: een koe omringd door de vele ogen van een serafijn.

Een letterlijke heilige koe.

Links:Ghost of Yarn: Instagram | website | webshop

Steampunktheologie en levende relieken

Een oude bekende op fantasy-evenementen is Bonsart Bokel, de maker van het steeds verder uitdijende steampunkuniversum rond The Association of Ishtar.

Er wordt alweer gewerkt aan een volgende Kickstarter voor Cascade Girls 2, terwijl ook het derde deel in ontwikkeling is. Daarin krijgt een priester een belangrijke rol en wordt religie een groter onderdeel van de wereld.

Dat leidt tot een fascinerend stukje worldbuilding. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer de rijk versierde skeletten van katholieke heiligen ineens daadwerkelijk tot leven komen?

Het idee begon bij de zogenaamde catacomb saints, maar roept vervolgens allerlei vragen op. Hoe zou de Kerk reageren? Hoe verhoudt zo’n levend skelet zich tot ideeën over de verrijzenis van het lichaam? En wat motiveert zo’n heilige eigenlijk?

Steampunktheologie dus. Zelfs voor mij was dat een nieuw genre.

Links:The Association of Ishtar: websiteKickstarterInstagram | Facebook | YouTube

Role Initiative: meer dan alleen een markt

Ook de organisatie zelf heeft een kraam op het terrein, met spellen, dobbelstenen en zelfs kleine flesjes waarin magische spreuken opgerold zitten.

De Tavern’s Market wordt georganiseerd vanuit Role Initiative en vindt dit jaar voor de tweede keer plaats. Daarnaast organiseert het team een groter evenement in Ewijk, Role Initiative Con, kortweg RINCON.

Daar draait het niet alleen om kraampjes, maar ook om spellen en andere activiteiten. De volgende editie staat gepland als Halloween-editie.

Links:Role Initiative: website | Instagram | FacebookRINCON: meer informatie

Kobold Trinkets: Pokémonkaarten krijgen diepte

Bij Kobold Trinkets vind ik kleine Koroks uit The Legend of Zelda: Breath of the Wild, allemaal met de hand gemaakt. Wie het spel kent, weet dat je daarin overal Koroks kunt ontdekken. Deze exemplaren kun je gelukkig gewoon thuis tussen je planten verstoppen.

Nog opvallender zijn de 3D-Pokémonkaarten.

Daarvoor worden verschillende exemplaren van dezelfde kaart laag voor laag uitgesneden en weer op elkaar geplaatst. Het resultaat is een Pokémonkaart waarin de illustratie letterlijk diepte krijgt.

Wat je daarvoor nodig hebt? Een stapeltje kaarten, een scherp mes en vooral heel veel geduld.

Links:Etsy: Kobold TrinketsIns…

In het tweede deel van mijn wandeling over de Tavern’s Market ontmoet ik de koning van het evenement, creatieve makers, schrijvers en een paar wezens die je waarschijnlijk nergens anders tegenkomt.

Wat maakt een fantasymarkt leuker dan simpelweg een verzameling kraampjes? Op de Tavern’s Market in het Kronenburgerpark in Nijmegen blijkt het antwoord al snel: de mensen die er rondlopen en de verhalen die zij meenemen.

In het tweede deel van mijn wandeling ontmoet ik opnieuw een bonte verzameling fantasyfans. En dit keer moet er zelfs een trol aan geloven.

King Derran: een markt waar je zelf op avontuur gaat

King Derran loopt niet voor niets met kroon en koninklijke wandelstok rond. Hij is de organisator van de Tavern’s Market en verzamelt de standhouders, activiteiten en bezoekers die samen zijn kleine koninkrijk vormen.

Daarbij vindt hij het belangrijk dat bezoekers méér kunnen doen dan alleen spullen kopen. Miniaturen schilderen, dungeon tiles maken of samen een trol verslaan, het zijn juist die activiteiten waardoor onbekenden ineens samen op avontuur gaan.

Dat sluit aan bij wat Derran zo mooi vindt aan TTRPG’s en bordspellen: je hoeft elkaar niet te kennen om samen een doel te hebben. Zet een trol voor een groep vreemden neer en je hebt meteen iets om over te praten.

En er zijn alweer plannen voor de toekomst. Zo wil Derran TTRPG combineren met kunst in een project voor jongeren, waarbij deelnemers onder andere schrijven, schilderen, miniaturen maken en uiteindelijk hun eigen avontuur creëren.

Links:Role Initiative Con: website | Facebook | Instagram

Het Haakwerk van Lu: van oma’s haakles tot draken en octopussen

Bij Het Haakwerk van Lu hangen draken, dino’s, bijtjes, kikkers, walvissen, kippen en zelfs een knuffelbare winterpeen.

Luca leerde haken van haar oma, die vooral dekentjes en kleding maakte. Vijftien jaar geleden kwam Luca met een pakket voor een gehaakt aapje bij haar aanzetten. Het kostte naar eigen zeggen “bloed, zweet en tranen”, maar daarna is ze nooit meer gestopt.

Inmiddels maakt ze niet alleen knuffels en sleutelhangers, maar ook babyspullen en werk op aanvraag. Haar handelsmerk is de octopus. Wat ooit begon met het uitdelen van gehaakte octopussen aan vrienden en familie, groeide uiteindelijk uit tot een complete marktkraam.

Rijk wordt ze er niet van. Een klein figuurtje kost al snel een uur tot anderhalf uur werk. Maar juist het idee dat iemand jarenlang plezier kan hebben van iets dat zij heeft gemaakt, vindt Luca belangrijker.

Links:Instagram | Facebook

Even buurten bij bekende fantasyschrijvers

Op de markt kom ik ook een aantal bekende gezichten tegen. Cocky van Dijk is er met haar handgemaakte sieraden en natuurlijk haar boeken. Het tweede deel van haar Doodschap-serie is inmiddels verschenen en ondertussen wordt er alweer hard gewerkt aan deel drie.

Dat moet de trilogie afsluiten, maar afscheid nemen van de wereld lijkt er nog niet in te zitten. Tijdens het schrijven zijn alweer nieuwe verhalen en ideeën ontstaan.

Even verderop staan Django Mathijsen en Anaïd Haen met een indrukwekkend breed assortiment aan verhalen, van sciencefiction en volwassen fictie tot kinderboeken.

Nieuw is de verhalenbundel Fantascoop, gericht op jonge lezers vanaf ongeveer tien jaar. Ondertussen werkt Django aan iets heel anders: een western die zich grotendeels afspeelt in het Oklahoma van de late negentiende eeuw. Voor hem betekent dat vooral heel veel historisch onderzoek. Anaïd werkt intussen aan een verhaal in de Romeinse tijd.

Links:Cocky van Dijk: website | Instagram | FacebookDjango Mathijsen: website | FacebookAnaïd Haen: website | Instagram | Facebook

<…

Van schattige weerwolven en D&D-accessoires tot fantasykleding voor kinderen en een heuse Boekendraak: tijdens de Tavern’s Market in Nijmegen blijkt hoeveel verschillende vormen de liefde voor fantasy kan aannemen.

Een stralende zon, een fontein in de vijver bij de Kruittoren en langs het water een rij kraampjes vol boeken, bordspellen, dobbelstenen en fantasykunst. De Tavern’s Market in Nijmegen is niet enorm groot, maar bijna ieder kraampje vertelt zijn eigen verhaal.

Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts!

Voor de Fantasyfans podcast liep ik langs de markt en sprak ik met kunstenaars, verkopers en liefhebbers van fantasy spellen. Dit zijn de mensen die ik tijdens het eerste deel van mijn wandeling tegenkwam:

Aquafox en Netherwoods: weerwolven kunnen ook schattig zijn

Bij een kraampje vol pins, buttons en stickers tref ik een kunstenaar die ondertussen alweer op een iPad zit te tekenen. Veel van de illustraties zijn uitgevoerd in chibi-stijl: kleine, schattige figuurtjes met relatief grote hoofden en eenvoudige vormen.

Tussen de ontwerpen zit bijvoorbeeld een kleine weerwolf op een halve maan. Geen angstaanjagend monster, maar een houtbewerker met de tekst I love wood. Daarnaast is er fanart geïnspireerd door onder andere Critical Role en Baldur’s Gate.

De liefde voor die werelden komt niet uit de lucht vallen. Zelf speelt ze Dungeons & Dragons. De art wordt uitgebracht onder de naam Aquafox, terwijl Netherwoods een gezamenlijk artcollectief van een aantal vrienden is. De Tavern’s Market is inmiddels het derde evenement waar haar werk wordt verkocht.

Links:Aquafox: Instagram @aquafoxarts | WebsiteNetherwoods: Instagram @netherwoodscraft

Een tweede leven voor bordspellen

Een stukje verderop ligt een tafel vol tweedehands spellen. Hier geen eigen webshop of groot bedrijf, maar een bordspellenliefhebber die spellen waar ze zelf niet meer aan toekomt graag een tweede kans wil geven.

Dat past goed bij de opzet van de markt, waar bezoekers ook zelf een kleedje of kraampje kunnen gebruiken om spullen te verkopen. Tussen de spellen liggen onder andere titels rond In de Ban van de Ring en Moord in het Maanlicht.

Het favoriete spel van de verkoopster? Zombie Dice. En dat de liefde voor fantasy verder gaat dan alleen bordspellen blijkt uit haar oorbellen: aan de ene kant een paddenstoel, aan de andere een heksenhoed, gekocht op Castlefest.

Fearhoodie: van pixels naar glas-in-lood

Bij Fearhoodie stralen de kleuren je tegemoet. Franca tekent al haar hele leven en staat inmiddels ongeveer vier jaar op markten. Haar illustraties worden digitaal gemaakt op de iPad, maar vervolgens verwerkt tot allerlei fysieke producten, waaronder stickers, sleutelhangers en prints.

Een belangrijke inspiratiebron is Deltarune. Juist de relatief eenvoudige pixelstijl van de game geeft Franca de vrijheid om haar eigen interpretaties van de personages te maken.

Bijzonder zijn haar illustraties die eruitzien als glas-in-loodramen. Die stijl wil ze verder ontwikkelen in een nieuwe serie rond tarotkaarten. De eerste schetsen zijn inmiddels gemaakt.

Zelfs de inrichting van de kraam is in de loop der jaren gegroeid. Als bezoeker zag Franca hoe andere kunstenaars hun stands met grids en verhogingen opbouwden. Inmiddels staat ze zelf midden tussen haar kleurrijke creaties.

Links:Fearhoodie Instagram @fearhoodie Webshop

Fantasy voor de allerkleinsten

Soms zie je op een fantasyfestival een baby voorbijkomen die al volledig in stijl is aangekleed. Op de Tavern’s Market ontdek ik waar een deel van die kleding vandaan zou kunnen komen.

Astrea.kids specialiseert zich in kleding voor kinderen tot veertien jaar, met veel ontwerpen die aansluiten bij fantasy, D&D en andere geeky thema’s. Een van de populairste ontwerpen is een babyromper met een knipoog naar Thor: Only those worthy may pick me up.

Het idee voor de winkel ontstond uit eigen ervaring. Tijdens een middeleeuws festival kreeg het kind van de eigenaresse het koud, maar nergens was passende kinderkleding te vinden. Daar bleek een gat in de markt te zitten. In oktober werd het bedrijf gestart en inmiddels staat ze onder andere op Castlefest en Elfia.

De kleding wordt thuis bedrukt en persoonlijk…

Van Hamelen en Tolkien tot Robin Hobb, Nederlandse fantasyauteurs en zelfgebakken schoorsteenbrood: dit kwam deze week voorbij in de live podcast van Fantasyfans.nl.

Waarom houden sommige mensen zielsveel van fantasy en sciencefiction, terwijl anderen er werkelijk helemaal niets mee hebben? Voor veel fantasyfans begon die liefde ooit met één boek, film, televisieserie of misschien wel een bezoek aan een fantasyfestival. In de wekelijkse live podcast van Fantasyfans.nl ging ik deze week terug naar mijn eigen eerste kennismaking met fantastische werelden, maar natuurlijk waren er ook nieuwe boekentips, interviews en fantasyfood.

Hoe ben jij van fantasy gaan houden?

Fantasyfans vormen eigenlijk een bijzondere groep. Voor ons is het de normaalste zaak van de wereld om enthousiast te worden van draken, magie, elfen, ruimteschepen en verzonnen werelden. Maar een groot deel van de Nederlanders en Vlamingen loopt in de boekhandel schouderophalend langs de fantasyafdeling.

Hoe komt het dan dat wij wél gegrepen zijn door dit soort verhalen?

Voor mij begon het verrassend vroeg, met televisie. Als kind keek ik naar Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?, meestal kortweg Hamelen genoemd. Het was een Nederlandse televisieserie vol liedjes, kastelen, magie, vreemde wezens en bizarre avonturen. Iedere aflevering eindigde bovendien met een cliffhanger.

Dat laatste was in een tijd zonder streaming, internet of zelfs een videorecorder behoorlijk effectief. Een aflevering missen betekende dat je simpelweg niet wist hoe het verhaal verderging.

Een groot deel van Hamelen is later verloren gegaan doordat oude videobanden werden gewist en opnieuw gebruikt. Daardoor is één jeugdherinnering me altijd bijgebleven: een betoverd kasteel waarin kamers op onmogelijke manieren met elkaar verbonden waren en iemand met zijn hoofd en lichaam op verschillende plekken terechtkwam. Hoe dat afliep? Geen idee. Ik miste de volgende aflevering.

Maar Hamelen had zijn werk al gedaan. Ik wist al op jonge leeftijd dat er blijkbaar werelden bestonden waarin alles mogelijk was.

Van Oz naar Midden-aarde

Niet veel later ontdekte ik The Wizard of Oz. Ik wist niets over de geschiedenis van het boek en kende de beroemde film niet. Voor mij was het gewoon een fantastisch avontuur dat ik steeds opnieuw wilde lezen.

Rond mijn twaalfde vond ik vervolgens iets onverwachts in de boekenkast van mijn vader: een beduimeld exemplaar van The Hobbit.

Nog verrassender was dat mijn vader het daadwerkelijk had gelezen. Hij vertelde me dat er een vervolg bestond, The Lord of the Rings. Daarvoor moest ik alleen naar de volwassenenafdeling van de bibliotheek, en daar vonden ze mij eigenlijk nog te jong voor.

Na flink aandringen kreeg ik uiteindelijk toestemming, met als voorwaarde dat de bibliothecaresse mijn boeken eerst mocht controleren.

Zo liep ik uiteindelijk als twaalfjarige met The Lord of the Rings naar huis. Vanaf dat moment wist ik het zeker: dit waren werelden waarin ik de rest van mijn leven wilde blijven rondreizen.

The Dark Crystal, Star Wars en een droom om films te maken

Later kwam The Dark Crystal. Ik zag op de Duitse televisie een reportage over de film van Jim Henson en was onmiddellijk gefascineerd door de wezens, de wereld en de muziek. Toen de film in de bioscoop verscheen, moest ik hem zien.

Het wakkerde zelfs een nieuwe droom aan: misschien wilde ik later wel filmmaker worden en zelf zulke werelden creëren.

En natuurlijk was er Star Wars. Via mijn enthousiasme daarvoor begon ik jaren later, toen het internet nog jong was, een Star Wars-website. Die groeide uit tot een site met tienduizenden bezoekers per dag en bracht me uiteindelijk zelfs naar Amerika voor de première van The Phantom Menace en een bezoek aan Skywalker Ranch.

Opvallend genoeg hield ik die liefde voor fantasy en sciencefiction lange tijd behoorlijk gescheiden van de rest van mijn leven. Pas via podcasts begon ik uitgebreid te vertellen over de symboliek, mythologie, filosofie en religieuze symboliek in verhalen als Star Wars, The Lord of the Rings, Harry Potter en Narnia.

De ontdekking van de fantasycommunity

Een volgende grote verandering kwam toen ik voor televisie een programma wilde maken over de Efteling. Tijdens mijn voorbereidingen hoorde ik over een fantasyfestival bij Kasteel de Haar en besloot ik er te gaan filmen.

Dat werd mijn eerste Elfia.

Ik wist niet wat ik zag. Overal liepen cosplayers, er was muziek, het kasteel vormde een perfecte achtergrond en vooral: er waren duizenden andere mensen die kennelijk net zo enthousiast waren over fantastische werelden als ik.

Dat was misschien nog wel de grootste ontdekking. Fantasy was helemaal geen eenzame hobby.

Vanaf dat moment b…

Kimono’s, kitsune en draken

21 aug 2026 | 00:17:58

Elke keer als Kirsten Groot in een Chinees restaurant een vijver met grote witte vissen ziet, moet ze tegenwoordig aan draken denken.

Dat heeft alles te maken met een oud Oost-Aziatisch verhaal over een karper die tegen de stroom in zwemt. Als hij erin slaagt een waterval te overwinnen, verandert hij in een draak. Het is een beeld van volharding en toewijding dat nogal verschilt van de manier waarop draken vaak in westerse fantasy verschijnen.

‘Heel vaak zijn het meer een soort godenachtige wezens’, vertelt Kirsten over draken in Oost-Aziatische mythologie. ‘Het zijn hele wijze wezens, hele sterke wezens. Sommige zijn regengoden. Ze worden ook meer geassocieerd met water. Wij associëren draken heel erg met vuur.’

Dus wanneer ze die vissen ziet, denkt ze: ‘Dat zijn eigenlijk potentieel allemaal draken.’

Het is een klein voorbeeld van hoe diep Japanse en Oost-Aziatische invloeden inmiddels verweven zijn geraakt met Kirstens eigen verbeelding. Haar fantasytrilogie Shirareta Sekai, Japans voor ‘de bekende wereld’, is geïnspireerd door het vroegmoderne Japan. Haar personages dragen kimono en hakama, huizen hebben tatami op de vloer en tussen de fantastische wezens duiken kitsune en een Oosterse draak op.

Maar toen Kirsten haar wereld als veertienjarige begon te bedenken, wist ze nog nauwelijks iets van Japan.

Het begon allemaal met een woordenboekje.

Een fantasywereld die steeds Japanser werd

Kirstens oudere zus was fan van anime en had bij de bibliotheek een Japans-Nederlands woordenboekje geleend. Kirsten was op dat moment al bezig met een vroege versie van haar verhaal en zocht namen, vooral voor de landen in haar wereld.

Waarom geen Japanse woorden gebruiken?

‘We dachten: een andere taal is wel leuker. Nederlands klinkt misschien een beetje droog. Dus daarom had ik Japans gebruikt. En dat was echt met dat woordenboekje en Google Translate van die tijd. Grammaticaal klopte er niks van.’

Het had daarbij kunnen blijven. Een paar Japanse namen als versiering voor een verder traditionele fantasywereld.

Maar Kirsten werd nieuwsgierig.

Ze begon zich verder in Japan te verdiepen, raakte geïnteresseerd in Japanse muziek en leerde zelf Japans. Uiteindelijk ging ze zelfs Japanstudies studeren. En naarmate haar eigen kennis toenam, veranderde ook haar verhaal.

‘Er is steeds meer Japan in de boeken gekomen. Totdat ik echt dacht: weet je, ik ga er gewoon helemaal voor. Ik ga die hele wereld omgooien en ik ga er zoveel mogelijk invloeden in stoppen als ik kan.’

Daarmee veranderde niet alleen het decor. De Japanse inspiratie ging steeds dieper in de wereld zitten.

‘Het is door en door een fantasywereld’, zegt Kirsten. ‘Maar ik heb inderdaad als inspiratiebron vroegmodern Japan gebruikt.’

Die periode, grofweg van 1600 tot 1868, bepaalt veel van de sfeer. Geen middeleeuws-Europese huizen, laarzen en capes, maar kimono, hakama en tatami. Je trekt je schoenen uit wanneer je een huis binnengaat en slaapt op een mat op de grond.

Ook folklore vond een weg naar het verhaal. Op de boekomslagen zijn kitsune-maskers te zien en in de trilogie komen meerdere van deze bovennatuurlijke vossen voor, compleet met de bijzondere krachten die Kirsten uit Japanse volksverhalen kende.

En natuurlijk zijn er draken.

Een andere kijk op draken

De draak in Shirareta Sekai lijkt niet erg op Smaug.

Geen grote vleugels waarmee hij door de lucht klapwiekt, en vuur is al helemaal niet het eerste waar Kirsten bij zo’n wezen aan denkt. De inspiratie komt uit Oost-Aziatische verhalen, waarin draken veel sterker verbonden kunnen zijn met water, wijsheid en goddelijke macht.

‘Ik denk dat er wat meer ontzag voor die draak is, bewondering en respect.’

De draak in Kirstens verhaal kan praten en vliegen, maar heeft daarvoor geen vleugels nodig. Magie is voldoende.

Juist zulke details maken Shirareta Sekai herkenbaar als fantasy en tegelijkertijd anders dan de Europese traditie waarmee veel Nederlandse lezers zijn opgegroeid. Kirsten gebruikt bekende elementen zoals elfen en dwergen, maar plaatst ze in een wereld met een heel andere culturele achtergrond.

Een elf op de vlucht

Midden in die wereld leeft Ai.

Ze is tien jaar oud wanneer ze haar dorp moet ontvluchten. De koning heeft besloten dat magische wezens niet langer welkom zijn in zijn land. Elfen, dwergen en nimfen worden vervolgd.

Ai weet zich jarenlang verborgen te houden in een bos, maar wanneer er een elfenjacht begint, moet ze opnieuw vluchten. Ze trekt naar het zuiden en raakt steeds dieper verwikkeld in conflicten die veel groter zijn dan zijzelf.

Uiteindelijk ontdekt ze dat een wereldwijde ramp die haar ouders vijfhonderd jaar geleden meemaakten opnieuw dreigt plaats te vinden.

Daarnaast spelen burgeroorlogen en een terroristische groepering een rol en volgt Kirsten verschillende personages…

Wat gebeurt er als magie niet in handen is van tovenaars, maar van priesters en monniken? Of als een kleine groep magiërs alle magie in een wereld heeft gemonopoliseerd, totdat een twaalfjarige jongen ontdekt dat hij hun spreuken kan kopiëren door ze slechts één keer te horen?

Het zijn precies dit soort ideeën waarmee Adrian Stone graag speelt. In ruim twintig jaar bouwde hij verschillende fantasywerelden waarin bekende ingrediënten uit het genre worden gecombineerd met onderwerpen die je er misschien minder snel verwacht: religie, economie, macht en autisme.

Die aanpak leverde hem onder meer de Duivel-trilogie en Magycker op. Inmiddels zijn er zo’n 40.000 exemplaren van zijn boeken verkocht. En binnenkort kunnen lezers opnieuw een andere wereld binnenstappen. Op 15 september verschijnt zijn nieuwe roman Het Labyrint.

Deze keer begint het avontuur zelfs in onze eigen wereld.

‘Het begint in deze wereld en gaat vervolgens naar een parallel universum’, vertelt Stone. Veel meer wil hij er nog niet over kwijt. ‘Ik wil er niet te veel over vertellen, want het moet natuurlijk wel een verrassing blijven.’

Dat laatste past opvallend goed bij de manier waarop Stone zijn verhalen schrijft. Want ook hijzelf weet wanneer hij aan een nieuw boek begint liever niet precies wat hem onderweg te wachten staat.

‘Als ik de lezer wil verrassen, moet ik eerst mezelf verrassen.’

Magie in handen van priesters

Die behoefte om iets anders te doen dan wat hij al kent, zat vanaf zijn eerste fantasyboeken in zijn werk.

Stone was zelf al lang voordat hij auteur werd een fanatieke fantasylezer. Rond zijn vijfentwintigste had hij naar schatting tussen de vijfhonderd en duizend boeken gelezen, voornamelijk fantasy en sciencefiction. Daarnaast speelde hij jarenlang Dungeons & Dragons.

Toen hij ongeveer twintig jaar geleden zelf een fantasyverhaal begon te bedenken, koos hij daarom niet voor een klassiek systeem met tovenaars die spreuken uitspreken.

Hij stelde zich een wereld voor waarin de magie bij priesters en monniken ligt. Zij kunnen de energie van hun goden kanaliseren. In die wereld bestaan vier verschillende religies, waarvoor Stone inspiratie vond in onder meer het christendom, hindoeïsme en boeddhisme.

Dat idee groeide uiteindelijk uit tot de Duivel-trilogie.

‘Je ziet niet zoveel boeken waarin de magie bij priesters en monniken ligt’, zegt Stone. Juist die afwijkende invalshoek zoekt hij bewust op. ‘Ik denk dat mijn boeken buiten de gebaande paden gaan. Ze zijn origineel en toegankelijk. Volgens mij is die combinatie het sterkste punt van mijn boeken.’

Een jongen die de regels van de magie breekt

Jaren later koos Stone in Magycker opnieuw voor een ongebruikelijke draai aan een bekend fantasygegeven.

In deze wereld wordt magie beheerst door een kartel van magiërs. Zij hebben er feitelijk een monopolie op.

Totdat een twaalfjarige autistische jongen ontdekt dat hij iets kan wat eigenlijk onmogelijk zou moeten zijn: als hij een spreuk één keer hoort, kan hij hem daarna zelf herhalen.

Daarmee vormt hij ineens een bedreiging voor het complete systeem.

‘Hij is heel intelligent en kan zich sterk concentreren, maar sociaal is hij niet zo sterk’, vertelt Stone. ‘Wanneer er op hem wordt gejaagd, levert dat interessante en soms ook komische situaties op. Hij wordt een heel belangrijk persoon in die wereld, omdat hij de enige is die het monopolie kan doorbreken. Maar voor hem is het ongemakkelijk om daarmee om te gaan, en voor de mensen om hem heen is het soms ook ongemakkelijk om met hem om te gaan.’

Het idee komt opnieuw voort uit iets wat Stone zelf goed kent. Hij omschrijft zichzelf als licht autistisch en herkent autisme ook binnen zijn familie.

Maar er zit nóg een stuk van zijn eigen leven in die wereld verstopt.

Stone studeerde economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkte jarenlang als belegger. Voor Magycker combineerde hij die achtergrond met fantasy: wat gebeurt er wanneer je magie behandelt als een economisch goed waarover een kleine groep de controle heeft?

Zo komen twee ogenschijnlijk totaal verschillende werelden bij elkaar. Een magisch systeem wordt ineens ook een economisch systeem, en een jongen die de regels van magie doorbreekt, verstoort daarmee tegelijkertijd de machtsverhoudingen van een complete samenleving.

Macht heeft altijd een keerzijde

Religie en economie lijken misschien ongebruikelijke inspiratiebronnen voor fantasy, maar voor Stone raken ze aan een thema dat in verschillende vormen in zijn boeken terugkeert: wat macht met mensen en systemen doet.

‘Te veel macht corrumpeert. Dat is een thema dat steeds terugkomt. En dat geldt zowel voor religie als voor economie.’

Toch schrijft Stone zijn verhalen niet om zijn lezers een bepaalde boodschap mee te geven. De ideeën moge…

De meeste schrijvers dromen al van een boek lang voordat ze eraan beginnen. Voor Denise Landman Bouw liep het anders. Terwijl haar jonge gezin alle aandacht opeiste en televisie kijken of een boek lezen te veel concentratie kostte, ontdekte ze een onverwachte manier om tot rust te komen.

Ze begon zelf te schrijven.

“Dat was mijn escape,” vertelt ze. “Even weg uit de wereld van luiers en in mijn eigen wereld stappen.”

Wat begon als een manier om haar hoofd leeg te maken, groeide uit tot een debuutroman. Inmiddels staat ze op Castlefest met drie boeken op haar naam.

Een historisch verhaal dat fantasy werd

Schrijven deed Denise altijd al een beetje, maar nooit maakte ze iets af. Totdat die hectische periode met drie jonge dochters haar onverwacht achter de laptop bracht.

Haar eerste verhaal begon zelfs helemaal niet als fantasy.

“Het was eigenlijk een historische roman,” vertelt ze. “Maar ik liep vast.”

Omdat fantasy al jaren een van haar favoriete genres is, besloot ze een magisch element aan het verhaal toe te voegen. Dat bleek precies wat het verhaal nodig had.

Ze leest zelf graag romantische fantasy, met auteurs als Sarah J. Maas als grote inspiratiebron. Toch omschrijft ze haar eigen boeken liever als toegankelijke fantasy.

“Ik schrijf boeken die lekker weglezen, met een fantasyjasje.”

Dat lijkt aan te slaan. Op festivals ontmoet ze inmiddels vaste lezers, maar soms wordt ze ook verrast door wie haar boeken oppakt. Zo herinnert ze zich een oudere man in traditionele klederdracht op de Elspeetse boerenmarkt die haar roman kocht.

“Ik dacht alleen maar: ik hoop dat u hem leuk vindt.”

Later kwam hij terug om te vertellen hoeveel hij ervan had genoten.

Een stad die gevangen zit in de mist

Na een succesvolle duologie verscheen onlangs haar nieuwste roman: Duisternis in de Mist.

Het verhaal speelt zich af in een stad waar vrijwel voortdurend mist hangt en nauwelijks zonlicht doordringt. De bewoners beseffen niet eens dat ze gevangen zitten binnen een vloek die hen verhindert de stad te verlaten.

Hoofdpersoon Elin bezit bovendien een bijzondere gave. Wanneer ze een voorwerp aanraakt, ziet ze wat er als laatste mee is gebeurd. Die kracht zet haar op het spoor van een moord, waarna langzaam de geheimen van de stad aan het licht komen.

De ontbrekende wolven

Hoewel Denise haar verhalen vooraf globaal uitwerkt, laat ze veel ruimte voor nieuwe ideeën tijdens het schrijven. Soms komen die uit de meest onverwachte hoek.

Tijdens een avondje uit hoorde ze achter zich een groep luidruchtige jongens.

“Ze klonken net als wolven.”

Ineens viel het kwartje.

“Ik mis wolven in mijn verhaal.”

Dat ene inzicht veranderde de roman ingrijpend. Vanaf hoofdstuk zeven herschreef ze grote delen van het boek, waarna de wolven uiteindelijk een centrale rol gingen spelen in het verhaal.

Voor Denise is dat precies de magie van schrijven. Inspiratie laat zich niet plannen.

Schrijven is één ding, verkopen iets heel anders

Op Castlefest merkt Denise hoeveel lezers inmiddels naar haar terugkomen. Mensen die haar eerste boeken hebben gelezen, nemen haar nieuwste roman vaak meteen mee.

Toch blijft zichtbaar worden een uitdaging.

Fantasy groeit in Nederland, merkt ze, maar in de boekhandel belanden auteurs niet vanzelf op tafel. Daar moet je als schrijver zelf hard voor werken.

Op festivals leert ze daarom minstens zoveel over mensen als over boeken.

Niet iedere bezoeker wil direct worden aangesproken. Sommigen bladeren eerst rustig door een boek. Anderen willen juist meteen het verhaal achter de cover horen.

“Je moet mensen leren aanvoelen.”

Juist dat verkopen bleek een onverwacht onderdeel van het schrijverschap.

Schrijven voor lezers die misschien nog geen lezers zijn

Een van Denises drijfveren ligt dicht bij huis.

Twee van haar dochters hebben dyslexie. Daardoor denkt ze tijdens het schrijven veel na over toegankelijk taalgebruik.

Ze wil verhalen schrijven die uitnodigen om verder te lezen, ook voor mensen die normaal niet snel een dik fantasyboek zouden oppakken.

Misschien verklaart dat ook waarom ze zoveel plezier beleeft aan evenementen als Castlefest. Niet alleen omdat ze boeken verkoopt, maar vooral omdat ze ziet hoe verhalen mensen met elkaar verbinden.

Na zo’n festival is ze steevast uitgeput.

“Maar de volgende dag heb ik juist weer ontzettend veel zin om te schrijven.”

Voor Denise Landman Bouw blijken die ontmoetingen uiteindelijk dezelfde functie te hebben als schrijven ooit had: ze geven nieuwe energie om opnieuw een andere wereld binnen te stappen.

Links:

* Volg Denise op Instagram |

Vorige week kwam ik thuis van Castlefest met een probleem: ik wilde ineens van alles maken. Een eigen fantasykostuum leek me geweldig. Ik wilde trinkets gaan kleien om op festivals te ruilen. En nadat ik op Castlefest een kunstenares had geïnterviewd over haar schilderijen, kreeg ik ook ineens ontzettend veel zin om weer te gaan schilderen.

Weer, inderdaad.

Want terwijl ik naar haar werk keek, herinnerde ik me iets dat ik eigenlijk jarenlang was vergeten.

Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts!

Dat jongetje dat altijd zat te knutselen

Als kind tekende en schilderde ik voortdurend. Ik bouwde bouwpakketten, tekende strips voor de schoolkrant en besloot op een gegeven moment dat ik wilde leren aquarelleren.

Dus haalde ik een boek uit de bibliotheek waarin stap voor stap werd uitgelegd hoe je een Ierse rotskust kon schilderen. Van mijn zakgeld kocht ik goedkoop papier, een paar kwasten en een doosje aquarelverf.

Mijn eerste schilderij was natuurlijk weinig meer dan een kopie van het voorbeeld.

Maar ik had het wel zelf gemaakt.

En ondertussen ontdekte ik hoe verf en water zich op papier gedroegen, hoe je kleuren mengde en hoe je met een paar penseelstreken iets kon maken wat er daarvoor nog niet was.

Later verdween die hobby langzaam uit mijn leven. Werk, studie en andere interesses namen het over. Ik bleef creatief bezig, maar vooral met woorden, audio, video en computers.

Tot Castlefest.

Waarom fantasy zo aanstekelijk creatief is

Misschien herken je dat gevoel als je zelf weleens naar Castlefest, Elfia of een ander fantasyfestival gaat.

Je bent er voortdurend omringd door mensen die dingen hebben gemaakt.

Iemand heeft maanden gewerkt aan een kostuum. Een ander verkoopt zelfgemaakte sieraden of keramiek. Schrijvers hebben jarenlang aan een boek gewerkt. Illustratoren tonen hun tekeningen en schilderijen. Muzikanten spelen hun eigen muziek.

En als je met die mensen praat, hoor je opvallend vaak hetzelfde verhaal.

Ze konden het ooit ook niet.

Ze zijn gewoon begonnen.

Ik sprak ooit een cameraman die in zijn vrije tijd zijn eigen kleding bleek te maken. Hij had zichzelf leren naaien door tutorials op YouTube te bekijken en oude kleding van de kringloop uit elkaar te halen.

Tijdens de Vierdaagse sprak ik met Mireille van Pixie Spirit Fest over mijn wens om ooit zelf een fantasykostuum te maken. Haar reactie kwam ongeveer neer op: dat kun je gewoon leren.

En op Castlefest stond ik dus ineens naar schilderijen te kijken en dacht ik: wacht eens even. Dit heb ik vroeger ook gedaan.

Waarom ben ik daar eigenlijk ooit mee gestopt?

Drie uur later was het elf uur

Dus bestelde ik een stapeltje kleine velletjes papier en een piepklein doosje waterverf.

Klein beginnen, leek me verstandig. Niet meteen proberen de Nachtwacht te schilderen.

Mijn eerste onderwerp wist ik ook meteen: een middeleeuwse kat.

In middeleeuwse manuscripten vind je de vreemdste dieren in de kantlijnen. Katten hebben soms bijna menselijke gezichten, rare verhoudingen en doen dingen die een normale kat nooit zou doen.

Mijn kat kreeg daarom een to-dolijst met daarop hoeveel muizen hij die dag nog moest vangen.

Ik begon te tekenen. Daarna kwam de verf erbij.

Toen ik uiteindelijk op de klok keek, was het elf uur.

Ik had drie uur zitten schilderen.

Geen telefoon. Geen televisie. Geen besef van tijd. Alleen een klein stukje papier, een paar kleuren en een behoorlijk vreemde kat.

En ik had me kostelijk vermaakt.

“Daar heb ik geen tijd voor”

Dat zette me ook aan het denken over een zin die ik mezelf vaak hoor zeggen.

Daar heb ik geen tijd voor.

Ik heb geen tijd om te schilderen. Geen tijd om trinkets te maken. Al helemaal geen tijd om te leren hoe je een fantasykostuum maakt.

Maar als ik op een festival iemand ontmoet die drie maanden aan een kostuum heeft gewerkt, heeft die persoon meestal ook gewoon een baan, een huishouden en allerlei andere verplichtingen.

Het verschil is dat hij of zij besloot er tijd voor te maken.

Je kunt natuurlijk niet alles doen. Maar misschien is “geen tijd” soms ook een manier om te zeggen dat iets geen prioriteit heeft gekregen.

Dat besef was voor mij misschien wel het mooiste souvenir dat ik van Castlefest mee naar huis nam.

Niet iets wat ik bij een kraampje heb gekocht, maar de zin om zelf weer iets te maken.

Van fantasyboek tot zeemeermingeit

Het grappige is dat dit niet de eerste keer is dat een fantasyfestival dat met me doet.

Anderhalf jaar geleden sprak ik op Elfia met een aantal schrijvers. Een van hen vroeg waarom ik eigenlijk niet zelf een fantasyboek schreef.

Inmiddels ben ik dat boek aan het schrijven.

Op Runeheim en Castlefest ontdekte ik trinket trading. Nu wil ik k…

Het begon zoals zoveel avonturen in Dungeons & Dragons beginnen: een paar vrienden rond een tafel en een dungeon master die een wereld voor ze verzint.

Alleen bleef het daar voor Jarl Versavel niet bij.

“Er is een grote grap onder dungeon masters: we moeten ons eigen boek schrijven. We zeggen dat al vaker.”

Zijn medespelers vonden zijn campagne goed genoeg om daadwerkelijk op papier te zetten. Jarl nam hun advies iets serieuzer dan ze hadden verwacht.

“Ze geloofden niet dat ik het gedaan had tot ik drie boeken in mijn handen had.”

Inmiddels is de Vlaamse auteur alweer een paar stappen verder. De wereld die ooit ontstond voor zijn D&D-campagne vormt het decor voor steeds nieuwe verhalen. In oktober verschijnt bij uitgeverij Read More zijn nieuwe boek De Premiejagers van Barbon Lane, waarin hij een heel andere kant van die wereld laat zien: komische fantasy.

Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts!

Een klassieke fantasywereld

Voor zijn oorspronkelijke trilogie koos Jarl bewust voor herkenbare high fantasy.

Mensen, elfen en dwergen bevolken zijn wereld Thaxadar. De dwergen wonen onder de grond en in de bergen, de elfen in de bossen. Daar voegde hij één zelfbedacht volk aan toe: de Outcasts, of verstotelingen.

Ooit waren zij dienaren van de Duistere Heer, maar ze hebben zich aan zijn invloed ontworsteld en leven nu voornamelijk als zeevaarders. Daarbij liet Jarl zich onder meer inspireren door de Vikingen.

Heel toevallig is dat niet. Zijn eigen voornaam is Scandinavisch. Een jarl was een edelman of belangrijke bestuurder in de Vikingwereld.

“In mijn hoofd is het zo dat mijn ouders dachten toen ze mijn naam kozen: die gaat vast fantasy schrijven.”

Vijf tegen vijf

Ook het conflict waarmee zijn boeken begonnen, klinkt op het eerste gezicht vertrouwd: licht tegenover duisternis.

Maar in Jarls wereld draait het uiteindelijk om de balans tussen beide.

De godin van het licht accepteert dat duisternis bestaat, zolang het evenwicht maar bewaard blijft. De god van het duister wil dat evenwicht juist doorbreken.

Hun strijd wordt uiteindelijk niet langer alleen door de goden zelf uitgevochten. Ook de bewoners van de wereld raken erbij betrokken.

Centraal staat Talina, een jonge vrouw die door de godin van het licht wordt uitgekozen om haar krachten te dragen. Ze moet vier andere uitverkorenen vinden en de wereld verenigen tegen het oprukkende duister.

Maar als er vijf uitverkorenen van het licht zijn, vereist de balans ook een tegenhanger.

Vijf tegen vijf.

Het kleine gezelschap groeit uiteindelijk uit tot een conflict van leger tegen leger.

De oorsprong in Dungeons & Dragons is daarin nog goed zichtbaar. Talina heeft bijvoorbeeld eigenschappen die doen denken aan een paladin. Een elf in het gezelschap gebruikt natuurkrachten zoals een druïde. Bovendien verschijnt magie voor het eerst in de wereld dankzij deze uitverkorenen.

Wat als je spelers iets totaal anders doen?

Toch is het niet alleen aan de personages en hun vaardigheden te merken dat Jarls schrijverschap bij D&D begon.

Misschien belangrijker is wat hij achter het scherm als dungeon master leerde: je verhaal loopt bijna nooit zoals je had bedacht.

Stel dat je urenlang een avontuur in een duister bos hebt voorbereid.

En vervolgens zeggen je spelers:

“Ik wil eigenlijk liever naar de hoofdstad.”

Daar zit je dan met je donkere bos.

Als dungeon master moet je razendsnel kunnen schakelen. Jarl geeft een voorbeeld: misschien wordt de duistere invloed die oorspronkelijk in het bos zat ineens een sekte in de hoofdstad, met connecties in de hoogste kringen van de adel.

“Je pakt elementen die je al hebt en je steekt ze gewoon in een ander jasje.”

Die manier van denken nam hij mee naar zijn boeken. Hij plant zijn verhalen niet van begin tot eind uit, maar kijkt tijdens het schrijven waar ze hem brengen.

Dungeons & Dragons noemt hij dan ook een goede leerschool voor improviseren binnen een verhaal.

Als je personages geesteskinderen worden

Er bleek wel een belangrijk verschil tussen een spel leiden en een roman schrijven.

Hoe langer Jarl met zijn personages bezig was, hoe moeilijker het soms werd om ze iets aan te doen.

Een hoofdpersoon moet nu eenmaal tegenslagen krijgen. Personages worden gevangengenomen, verslagen of raken op andere manieren in de problemen.

Maar als schrijver weet je precies wie daarvoor verantwoordelijk is.

“Dan merk je dat je daar soms wel moeite mee hebt. Ik denk dan: ah, het doet wel pijn. Ik wil ook rap door dit hoofdstuk zijn, want hoe rapper het gedaan is, hoe beter.”

Zijn personages werden een soort geesteskinderen.

En uiteindelijk kwam het moment wa…

Matt Falcon beschouwt zichzelf niet als een bijzonder emotioneel persoon. Toch gebeurde er tijdens het schrijven van zijn eerste fantasyroman iets wat hij niet had zien aankomen.

“Ik ben bijna te trots om te vertellen dat ik meermalen zelf in huilen ben uitgebarsten om dingen die ik geschreven heb.”

Tijdens het schrijven van Tethered to Darkness raakte hij steeds sterker betrokken bij zijn personages en hun wereld. Het verhaal dat hij zelf bedacht had, begon iets met hem te doen.

Eind 2025 verscheen het boek, het eerste deel van de fantasyserie Veil of Sands. Tijdens Novio Magica sprak ik met Matt Falcon, het schrijverspseudoniem van Thijs de Valk, over de wereld die hij creëerde, de invloed van zijn eigen ervaringen daarop en de onverwacht lange weg naar zijn debuut.

Een wereld achter de woestijn

In Tethered to Darkness maken we kennis met Shen, een jongen die opgroeit in een wereld waarvan het grootste gedeelte bestaat uit onleefbare woestijn.

Shen woont in een van de gebieden waar mensen nog wèl kunnen overleven. Zijn vader is er de heerser, maar bepaald geen welwillende.

“Zijn vader is de tiran in dat gebied. En die houdt iedereen weg van ontwikkeling en van kennis.”

Shen groeit op met de verhalen en overtuigingen die zijn vader en diens omgeving hem meegeven. Gaandeweg ontdekt hij dat veel daarvan helemaal niet waar is.

Met hulp van zijn moeder besluit hij uiteindelijk buiten de grenzen van de bewoonde wereld op zoek te gaan.

“En daar begint het verhaal eigenlijk pas echt.”

Er gaat letterlijk een nieuwe wereld voor hem open. Shen ontmoet andere wezens en ontdekt dat magie bestaat. Wat hij altijd als de werkelijkheid heeft beschouwd, blijkt slechts een klein deel van een veel grotere wereld te zijn.

Van Egypte naar een fantasywereld

Een deel van de sfeer van die wereld komt voort uit Matts eigen ervaringen.

“Ik ben in Egypte geweest en het speelt zich af in een woestijn natuurlijk. Dus vandaar dat er bij mij automatisch, denk ik, dat soort beelden op de cover zijn gekomen.”

Die uitstraling is meteen zichtbaar op de omslag van Tethered to Darkness. Daarop staat Shen met een gloeiend zwaard dat reageert op magie, tegen een achtergrond die de woestijnwereld van het verhaal oproept.

Voor Matt was het belangrijk dat er een personage op de cover kwam, maar het bleek nog behoorlijk lastig om te bepalen hoeveel je daarop laat zien.

“Er moet genoeg informatie op staan, maar niet te veel.”

Gelukkig kreeg hij hulp van een illustrator. Die vroeg hem eerst zelf een voorbeeldtekening te maken.

“Ik kan absoluut niet tekenen, dus dat dit eruit is gekomen is nog steeds voor mij een wonder.”

Een verhaal dat zijn schrijver veranderde

Hoe langer Matt in die wereld doorbracht, hoe meer hij merkte dat het schrijven niet alleen gevolgen had voor zijn personages.

“Hoe meer ik schreef, hoe meer ik merkte dat het ook iets met mij deed.”

Zijn eigen ontwikkeling begon volgens hem zelfs invloed te krijgen op de ontwikkeling van het verhaal.

“Het kan bijna een soort van therapeutische werking op jezelf hebben.”

Dat hij vervolgens emotioneel werd door scènes die hij zelf had bedacht, was voor hem een verrassende ervaring. Hij schreef tenslotte zijn eerste roman en had nog nooit meegemaakt hoe sterk een band met zelfbedachte personages kon worden.

“Dat laat ook wel zien dat je dus echt een band opbouwt met de personen en met het verhaal.”

Het boek veranderde terwijl hij eraan werkte. Maar hetzelfde gold blijkbaar voor de schrijver.

Zeven keer hetzelfde boek

Tethered to Darkness ontstond dan ook niet in één keer.

Na zijn eerste versie kwam voor Matt misschien wel het moeilijkste moment van het hele proces: teruglezen wat hij had geschreven.

“Ik had een eerste draft geschreven. En wat ik toen heel lastig vond was daarna de draft teruglezen en denken: dit is totaal niet het niveau dat ik wil dat het heeft.”

De structuur van het verhaal klopte volgens hem wel. De uitvoering nog niet.

“Toen kwam ik er pas echt achter van: oké, hier begint het eigenlijk pas.”

Dus begon hij te herschrijven. En daarna nog een keer.

En nog een keer.

“Ik zeg ook altijd tegen vrienden en familie: ik denk dat ik hem zeven keer geschreven heb.”

Daarmee werd de totstandkoming van zijn eerste fantasyroman ook een leerschool. Bij iedere versie zag hij nieuwe dingen die anders of beter konden.

Alles zelf leren

Daar kwam nog bij dat Matt ervoor koos zijn boek zelf uit te geven.

Als selfpublisher moest hij zich daardoor niet alleen bezighouden met schrijven en redigeren, maar ook met de vormgeving, productie en promotie van zijn boek.

“Er zit een hele gro…

In een klein, schemerig huisje op een fantasyfair in Archeon zit het publiek muisstil te luisteren. Uit een draagbaar luidsprekertje klinkt muziek. Geen podium, geen schijnwerpers of projectieschermen. Alleen twee verhalenvertellers, een paar eenvoudige attributen en een oud volksverhaal dat al eeuwen wordt doorgegeven.

Aan het einde van de voorstelling spreek ik met Erik Maassen, beter bekend als De Sprookspreker, en zijn dochter Merlijn, die optreedt als De Kletsprater. Samen brengen zij middeleeuwse ridderverhalen, sprookjes en oude volksvertellingen opnieuw tot leven, precies zoals verhalenvertellers dat eeuwen geleden deden op jaarmarkten en in herbergen.

Van geschiedenisles naar kampvuur

Voor Erik begon het ruim vijftien jaar geleden. Hij werkte jarenlang als docent geschiedenis, maar miste het vertellen van verhalen. Tegelijk raakte hij betrokken bij middeleeuwse re-enactment.

“Die twee dingen heb ik eigenlijk bij elkaar gebracht.”

Zo ontstond De Sprookspreker.

Wat begon met middeleeuwse ridderverhalen groeide uit tot optredens op fantasyfestivals, historische evenementen en vertelvoorstellingen door heel Nederland. Zijn repertoire bestaat uit oude volksverhalen, ridderromans en sprookjes die hij telkens opnieuw vertelt, zonder dat ze ooit precies hetzelfde klinken.

Opgegroeid tussen de verhalen

Toen Erik begon, was Merlijn nog een kleuter. Nu staat ze als negentienjarige naast hem op evenementen. Verhalen vertellen zat er al vroeg in.

“Altijd,” zegt Erik als ik vraag of er thuis veel werd voorgelezen. “Ook met de hele familie erbij.”

Merlijn herinnert zich nog goed welke verhalen haar het meest bijbleven.

“Hoe Roeland ridder werd vond ik altijd heel leuk.”

En ook De Zes Zwanen, het sprookje over een meisje dat haar betoverde broers probeert te redden.

Zelf ontdekte ze later een eigen manier van vertellen. Ze speelde al van jongs af aan toneel en musicals. Uiteindelijk ontstond het idee om verhalen te combineren met poppenspel.

“Waarom zou ik die verhalen niet met een pop vertellen?”

Zo ontstond haar eigen alter ego: De Kletsprater, met onder meer een jonge draak die het onmogelijke wil: ridder worden.

Een kostuum helpt je een verhaal binnen te stappen

Opvallend is dat vader en dochter niet alleen verhalen vertellen, maar er ook uitzien alsof ze rechtstreeks uit de Middeleeuwen zijn gestapt. Alle kostuums worden door Merlijn zelf gemaakt.

“Ik maak bijna alles.”

Zodra ze de kleding aantrekt, verandert er iets.

“Ik merk dat ik er heel anders van ga staan. Anders lopen, anders praten.”

En het doet ook wat met het publiek: het helpt het publiek om in een nieuwe wereld te stappen.

“Je doet dat met je stem, met je bewegingen, maar ook met je kleding.”

De film die in je hoofd ontstaat

Wat maakt iemand eigenlijk een goede verhalenverteller?

Volgens Erik draait het niet om grote gebaren of een luide stem. Juist afwisseling is belangrijk.

“Hard praten, zacht praten, langzaam praten, snel praten.”

En vooral: toewerken naar het juiste moment.

“Je moet naar een climax opbouwen.”

Maar het mooiste moment komt pas daarna.

“Als je in de ogen van de mensen kunt zien dat ze in een hele andere wereld zitten.”

Hij glimlacht.

“Dat kan je echt zien.”

Voor hem is dat het bewijs dat een verhaal zijn werk doet.

“Dan heb ik altijd het gevoel: het lukt vandaag.”

Oude verhalen blijven leven

Hoewel hun verhalen gebaseerd zijn op eeuwenoude volksvertellingen, liggen ze nooit helemaal vast.

Erik combineert soms verschillende bronnen tot één nieuw verhaal. Merlijn schrijft juist ook volledig nieuwe vertellingen, zoals het verhaal over een jonge draak die ridder wil worden.

Toch blijft improvisatie een belangrijk onderdeel van hun optredens.

Zelfs wanneer er muziek meespeelt.

“Dan moet je soms ineens een paar zinnen improviseren omdat je merkt dat je tien seconden voorloopt op de muziek.”

Juist daardoor blijft ieder optreden uniek: een verhaal leeft. En verandert met iedere verteller én met ieder publiek.

Waarom verhalen nooit af zijn

Erik bracht ooit een bundel met zijn verhalen uit. Toch ontdekte hij al snel dat papier ook een nadeel heeft.

“Als je de verhalen eenmaal hebt opgeschreven, dan veranderen ze niet meer.”

En dat vindt hij jammer, want juist het mondeling vertellen houdt verhalen levend.

“Je kunt tien of vijftien jaar lang hetzelfde verhaal in je repertoire hebben. En in de loop van de tijd verandert het.”

Volgens hem is dat geen probleem, integendeel.

“Dat is eigenlijk prima.”

Een traditie die doorgaat

Aan ideeën voor nieuwe verhalen ontbreekt het niet.

Merlijn droomt ervan om ooit een sprookje te vertellen waarin het handwer…

"Een oorlog dwingt je te kiezen"

11 aug 2026 | 00:16:28

Wat doe je als de wereld waarin je leeft uit elkaar dreigt te vallen? En hoe bepaal je wat juist is wanneer geen enkele keuze zonder gevolgen blijft?

Dat zijn de vragen die centraal staan in de Revolutie-serie van Larissa Klein Bennink. Met het verschijnen van Herovering in februari 2026 kwam een einde aan een fantasyreeks waaraan ze bijna acht jaar werkte. Ik kijk met haar terug op die reis, van een kinderdroom tot een afgeronde vierdelige serie.

Een steampunkwereld met luchtschepen en magie

De wereld van Revolutie voelt vertrouwd en vreemd tegelijk.

“Het is een fantasywereld in een steampunksetting,” vertelt Larissa. “Denk qua sfeer een beetje aan Victoriaans Engeland. Er zijn luchtschepen, veel stoom en koper.”

Buskruit bestaat wel, maar is zeldzaam. Wie een pistool draagt, is volgens haar wereld “heel rijk, heel gevaarlijk of allebei.”

In die wereld volgen we verschillende personen:

Naria is de erfgename van de Koperen Troon, maar draagt een gevaarlijk geheim met zich mee: ze bezit magie, terwijl die in haar koninkrijk al generaties verboden is. Daarnaast zijn er Elias, de kapitein van een luchtpiratenschip, Alan, die een persoonlijke afrekening heeft met de koninklijke familie, en Adelard, de raadsheer die achter de schermen een eigen agenda volgt.

Hun verhalen kruisen elkaar voortdurend, terwijl een burgeroorlog onafwendbaar dichterbij komt.

Een slechterik die zichzelf gelijk geeft

Van alle personages blijkt juist de antagonist het leukst om te schrijven.

“Adelard is een verschrikkelijk persoon,” zegt Larissa lachend. “Maar hij is zó leuk om te schrijven.”

Dat komt doordat hij zichzelf nooit als schurk ziet. Hij is ervan overtuigd dat alles wat hij doet uiteindelijk het rijk dient. Zelfs als daarvoor onschuldigen moeten sterven of complete gebouwen worden opgeblazen.

“Wat ik doe is voor het grotere goed.”

Juist die interne logica maakt hem geloofwaardig.

“Het leuke was om hem door de serie heen steeds verder te laten afglijden. Eerst snap je hem nog. Maar op een gegeven moment denk je: nu ben je echt veel te ver gegaan.”

Personages die veranderen

Niet alleen Adelard ontwikkelt zich. Ook Alan maakt een van de grootste veranderingen door. Na een beslissing in het eerste boek sloeg de stemming onder haar lezers volledig om.

“Eerst kreeg ik berichten: Alan is mijn favoriete personage. En dan dacht ik alleen maar: wacht maar tot je verder bent.”

Niet veel later volgden nieuwe reacties.

“Verdorie, ik haat hem.”

Voor Larissa was dat stiekem precies de reactie waarop ze hoopte. Want Alan is geen slechterik. Hij is iemand die verkeerde keuzes maakt, verblind door zijn verleden, en pas later beseft welke schade hij heeft aangericht. Zijn grootste strijd is niet tegen een vijand, maar tegen zichzelf.

Een wereld die bleef groeien

Aan de wereld van Revolutie werkte Larissa al sinds 2017. Ze begon met beelden in haar hoofd, verzamelde inspiratie op Pinterest en liet haar wereld langzaam groeien.

“Ik ben heel erg een beelddenker.”

Maar veel details ontstonden pas doordat anderen vragen stelden.

“Dan moest ik ineens nadenken: hoe werkt dit eigenlijk? En dan ontdekte ik tijdens het beantwoorden zelf hoe mijn wereld in elkaar zat.”

Zo groeide die wereld langzaam uit tot een plek met een eigen geschiedenis, technologie en maatschappelijke verhoudingen.

Groeien als schrijver

Als ze haar eerste boek nu terugleest, ziet Larissa meteen hoeveel ze heeft geleerd.

“Ik had sommige dingen echt anders kunnen doen.”

Het is een bewijs dat ze als schrijver is gegroeid.

Die groei verliep niet altijd vanzelf. Er waren periodes waarin het mentaal minder goed ging. Dan voelde iedere redactieopmerking zwaarder dan normaal en kostte schrijven veel meer energie.

Toch werkte juist dat ook door in haar verhalen.

“Je groeit mee met je personages.”

Soms ontdekte ze zelfs dat een scène die ze jaren eerder had geschreven niet meer klopte.

“Het gevoel was nog hetzelfde. Maar het personage niet meer.”

Toen wist ze dat niet alleen haar personages waren veranderd.

Zijzelf was dat ook.

Keuzes zonder goede antwoorden

Onder alle magie, luchtschepen en politieke intriges ligt een vraag die de hele serie verbindt.

Hoe maak je de juiste keuze als er geen perfecte oplossing bestaat?

Een burgeroorlog dwingt ieder personage om partij te kiezen. Niet iedereen hanteert daarbij dezelfde moraal.

“Hoe bepaal je wie jij wilt zijn, waar jij voor wilt staan en waar jij voor wilt vechten?”

Die vraag krijgt extra lading doordat Larissa ook actuele thema’s verwerkt.

Discriminatie speelt een belangrijke rol in haar wereld. Niet op basis van huidskleur, maar van afkomst en uiterlijk. Artificiali, mensen met mechanische ledematen worden bijvoorb…

Wat als Atlantis niet alleen een legende was, maar een beschaving die miljoenen jaren geleden werkelijk bestond?

Die vraag liet Tycho Scholten al op zijn twaalfde niet meer los. Het idee groeide uit tot de Pangaea-trilogie, een fantasyreeks waaraan hij meer dan tien jaar werkte. Op Castlefest ontmoeten we een schrijver die inmiddels de volledige trilogie achter zich heeft liggen. Acht jaar nadat hij hier als jonge debutant zijn eerste roman presenteerde, staat hij nu achter dezelfde tafel met een afgerond verhaal.

Een fantasywereld op een oercontinent

Het idee ontstond al op de basisschool.

“In groep acht hoorde ik voor het eerst over Pangaea,” vertelt Tycho. “Dat oerkontinent van tweehonderd miljoen jaar geleden fascineerde me meteen.”

Daar kwamen nog andere inspiratiebronnen bij, zoals de Nicolas Flamel-serie van Michael Scott en De kinderen van Húrin van Tolkien. Langzaam begonnen de puzzelstukjes in elkaar te vallen.

“Ik wilde, net als Tolkien, een eigen wereld bouwen. Een trilogie. Een complete geschiedenis.”

In plaats van een volledig nieuwe wereld te bedenken, gebruikte hij Pangaea als uitgangspunt.

“Het was eigenlijk een blanco canvas waarop ik mijn eigen beschavingen en culturen kon plaatsen.”

Waar Atlantis vandaan komt

In Tycho’s versie van de geschiedenis bestaat Atlantis echt. Niet als een verzonken eiland uit de Griekse mythologie, maar als een machtige stad op het oercontinent.

“Ik zie een stad met drie ringen voor me, witte muren, een citadel in het midden, tempels en pilaren. Een beetje in de sfeer van het oude Griekenland.”

Daar arriveert ook een van zijn hoofdpersonen.

Xugan is de enige overlevende van een aanval op zijn thuisstad. Zijn reis brengt hem naar Atlantis, waar hij hulp hoopt te vinden tegen een naderende invasie. Maar al snel blijkt dat zijn band met de stad veel dieper gaat dan hij zelf beseft.

“Het verhaal is eigenlijk ook een zoektocht naar wie hij werkelijk is en waar hij vandaan komt.”

Personages die met je meegroeien

Tycho begon aan de trilogie toen hij twaalf was. Het eerste boek verscheen rond zijn achttiende. De twee vervolgdelen volgden steeds ongeveer drie jaar later.

In die jaren veranderde niet alleen het verhaal. Hijzelf veranderde ook.

“Toen ik jong was, draaide alles om avontuur en spanning. Later kreeg ik veel meer oog voor karakterontwikkeling.”

Daardoor kregen ook zijn personages steeds meer diepgang.

“Op een gegeven moment dacht ik niet meer alleen: jij doet dit. Maar: daarom doe jij dit.”

Sommige personages verrasten hem zelfs.

“Ik zette ze bewust op een kruispunt. Links of rechts. En toen namen ze een andere afslag dan ik oorspronkelijk had bedacht.”

Achteraf verbaasde hem dat niet. Terwijl hij aan de trilogie werkte, leerde hij zijn personages steeds beter kennen. Daardoor begonnen hun keuzes steeds vanzelfsprekender te voelen.

Een wereld die steeds dieper werd

Vanaf het begin wist Tycho hoe de trilogie ongeveer zou eindigen. Toch veranderde onderweg bijna alles.

“Ik had een grote lijn. Maar eerdere versies van boek twee en drie zagen er heel anders uit.”

In plaats van het eerste boek achteraf te herschrijven, koos hij een andere aanpak: hij bouwde verder op wat er al lag.

“Ik zie het een beetje als lagen metaal die over elkaar worden gevouwen.”

De wereld, de personages en de geschiedenis waren er al. Met ieder nieuw boek legde hij nieuwe verbanden, totdat alle verhaallijnen samenkwamen in de ontknoping.

“Het voelde uiteindelijk alsof het allemaal al in potentie in het eerste boek aanwezig was.”

Afscheid nemen van een wereld

Toen het derde deel eindelijk verscheen, voelde Tycho vooral opluchting. Na jaren schrijven was de trilogie voltooid. Maar tijdens het schrijven van de laatste scène gebeurde er iets onverwachts.

“Toen besefte ik ineens dat ik afscheid aan het nemen was.”

Dat bleek emotioneler dan hij had verwacht.

“Ik dacht eerst: nu ben ik ervan af. Maar later merkte ik dat die wereld toch nog steeds een beetje bij me blijft.”

Voorlopig keert hij er niet naar terug. Zijn aandacht gaat nu uit naar poëzie, essays en theaterteksten. Er ligt al een idee voor een nieuw groot verhaal, maar dat wil hij rustig laten groeien.

“Ik wil het de tijd geven om te ontstaan voordat ik me weer aan zo’n groot project verbind.”

Een trilogie die met zijn schrijver meegroeit

Terugkijkend vraagt Tycho zich weleens af of hij niet té jong debuteerde.

“Je groeit als schrijver zo enorm. Dan zie je ook de kinderziektes van je eerste boek.”

Toch overheerst de dankbaarheid. Juist doordat hij al jong begon, kon hij groeien terwijl hij aan dezelfde trilogie bleef werken. De boeken groeiden met hem mee.

Pangaea was voor Tycho ooit een blanco canvas waarop alles nog mogelij…

Van Castlefest en trinket trading tot draken, AI en een stapel nieuwe boeken: in de eerste live-aflevering van de Fantasyfans-podcast ontdekte ik opnieuw waarom ik zo graag deel uitmaak van deze wereld.

Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts!

Zodra je het terrein rond Kasteel Keukenhof oploopt, verandert er iets. Natuurlijk zijn er de podia, kraampjes en prachtige kostuums, maar wat me vooral trekt is dat zoveel bezoekers zelf iets toevoegen aan die wereld.

Dat zie je bijvoorbeeld aan de cosplay en kostuums. Op een comic cons kom je veel bekende personages tegen. Op Castlefest zie je daarnaast opvallend veel mensen die zelf iets hebben bedacht en gemaakt. Soms spectaculair, soms juist eenvoudig.

Ik liep er zelf gewoon rond met mijn priesterboordje. Mijn vaste grap is inmiddels dat ik eigenlijk iedere dag aan het cosplayen ben.

Dit jaar ging ik ook weer als verslaggever op pad. Daardoor kon ik eindelijk doen wat ik op zo’n festival het allerleukste vind: op mensen afstappen en vragen wat hun verhaal is.

Zo interviewde ik een indrukwekkende Saruman met een Witch-king op de achtergrond. Ik sprak iemand in een prachtig zelfgemaakt bijenkostuum. Ik dook de bordspellentent in om te ontdekken wat daar allemaal gebeurde.

En bijna iedere keer bleek achter iets wat er van buitenaf vooral mooi, grappig of vreemd uitzag een veel interessanter verhaal te zitten.

Een opvallend goed boekenjaar

Voor boekenliefhebbers viel er dit jaar ook behoorlijk wat te ontdekken. Op Castlefest stonden opvallend veel Nederlandse auteurs met een nieuw boek, een nieuw deel van een serie of zelfs hun debuut.

Robin Rozendal presenteerde bijvoorbeeld Het Elfde Vuur, het derde deel van haar Levende Steden-serie. Het uitgangspunt alleen al vind ik geweldig: steden die daadwerkelijk leven, een bewustzijn hebben en zelfs trauma’s met zich meedragen.

Cocky van Dijk stond er met De Zilverbinder, het tweede deel van haar Doodschap-serie. Mathijs Hulster had na zeven jaar zijn Portaaltrilogie afgerond. Charlotte de Winter had een nieuw verhaal dat teruggrijpt op de geschiedenis van haar Sleuteldrager-serie.

Ook sprak ik Mirjam Kerrar-Mol, die op Castlefest debuteerde met Dochter van de Hel, en Sandy Butchers over Schild van Zilver, haar uitgebreide Nederlandstalige versie van Bonds of Blood and Silver. Sandy combineert schrijven bovendien met illustreren en voorzag haar boek van haar eigen artwork.

Ook Ariadne Zwaan en Pepijn Hamer waren er met hun debuutromans De prijs van orde en Hollandos - Ogen van de Prins.

Een aantal van deze gesprekken staat inmiddels als losse aflevering in de Fantasyfans-podcast. De rest komt eraan.

Mijn leeslijst is er in ieder geval niet korter op geworden.

En toen ontdekte ik trinket trading

Een van mijn favoriete ontdekkingen van de afgelopen tijd heeft eigenlijk niets met boeken te maken.

Trinket trading.

Ik zag het voor het eerst op Runeheim. Mensen stonden bij elkaar met kleine zakjes en doosjes vol zelfgemaakte voorwerpen, sleutelhangers, boekenleggers en andere miniatuurschatten. Die ruilden ze met elkaar.

Mijn innerlijke tienjarige werd onmiddellijk wakker.

Als kind verzamelde ik van alles: postzegels, stickers, knikkers, beeldjes en allerlei kleine dingetjes waarvan waarschijnlijk niemand behalve ik begreep waarom ze zo belangrijk waren. Trinket trading combineert dat verzamelen met iets wat ik nog veel leuker vind: zelf iets maken en daarmee contact leggen met iemand anders.

Op Castlefest kwam ik de trinket traders opnieuw tegen en ditmaal ben ik er gewoon op afgestapt. Een fragment van dat gesprek zette ik later online en daar kwamen meteen reacties van andere traders op.

Nu wil ik natuurlijk zelf trinkets maken.

Mijn huidige plan? Kleine monnikjes, gebaseerd op personages uit de fantasywereld waarover ik zelf schrijf.

Dit kan gevaarlijk uit de hand lopen.

Wat als de supercomputer alles weet?

Fantasy gaat gelukkig niet alleen over ontsnappen naar andere werelden. Soms helpt fictie ons juist om beter naar onze eigen wereld te kijken.

Dat kwam mooi naar voren in de grote Sciencefiction & Fantasyboekenclub op Facebook die John van Hal een aantal jaren geleden begon. Iedere maand staat daar een ander thema centraal. Deze maand gaat het over kunstmatige intelligentie in fantasy en sciencefiction.

Niet alleen over de huidige discussie rond generatieve AI, maar vooral over de vraag hoe schrijvers in het verleden al nadachten over intelligente machines en hun invloed op mensen en samenlevingen.

Een voorbeeld dat mijn aandacht trok is Anne McCaffreys beroemde serie De Drakenrijders van Pern. Die b…

Wat als een oud-Egyptisch masker de toegang blijkt te zijn tot de wereld van de doden? Dat is het intrigerende uitgangspunt van de Portaaltrilogie van Mathijs Hulster. Op Castlefest sprak ik met hem over zijn driedelige fantasyreeks, de zeven jaar die hij nodig had om het slotdeel af te ronden en de bijzondere werelden die zijn lezers onderweg ontdekken.

“Een maand geleden is mijn derde boek uitgekomen. De afsluiter van de serie. Daar heb ik zeven jaar over gedaan.”

Mathijs Hulster staat zichtbaar trots achter de tafel van uitgeverij Zilverspoor op Castlefest. Na drie boeken en jaren van schrijven, herschrijven en schaven is de Portaaltrilogie eindelijk compleet. Wat ooit begon als één verhaal, groeide onderweg uit tot een ambitieus fantasy-epos waarin de grenzen tussen leven en dood langzaam vervagen.

“Ik dacht eigenlijk dat het één boek zou worden,” grinnikt hij. “Maar inmiddels zijn het er drie.”

Een masker naar de wereld van de doden

De titel verraadt het al: de Portaaltrilogie draait om werelden die met elkaar verbonden zijn. Maar het eerste portaal blijkt geen magische deur of mysterieuze poort te zijn.

“Het eerste portaal is eigenlijk een masker,” legt Mathijs uit. “De hoofdpersoon zet een oud-Egyptisch masker op en wordt wakker in de wereld van de doden.”

Hoofdpersoon Jessy ontdekt al snel dat ze daar eigenlijk niet hoort. Zij leeft nog, terwijl vrijwel iedereen om haar heen gestorven is.

Terwijl ze probeert terug te keren naar haar eigen wereld, raakt ze verwikkeld in een drieduizend jaar oude vloek en ontdekt ze dat verschillende werelden veel nauwer met elkaar verbonden zijn dan ze ooit had kunnen vermoeden.

Naast de wereld van de levenden en de wereld van de doden speelt ook een tussenrijk, geïnspireerd door de Egyptische mythologie, een belangrijke rol. Verder zijn er legendarische plaatsen als de Dwaaldomeinen en het mythische Rijk der Hemelen, waarvan niemand zeker weet of ze werkelijk bestaan.

“Langzaam wordt steeds meer duidelijk over al die werelden,” zegt Mathijs. “Maar ik ga natuurlijk niet verklappen hoe.”

Zeven jaar voor één boek

Waarom liet het laatste deel eigenlijk zeven jaar op zich wachten? Mathijs hoeft niet lang na te denken.

“Eigenlijk alles wat lang kon duren, duurde ook lang.”

Het manuscript groeide uit tot een dikker boek dan gepland. Er werd intensief geredigeerd, complete perspectieven gingen op de schop en ondertussen moest hij alle verhaallijnen uit de eerste twee delen op een bevredigende manier samenbrengen.

“Een laatste boek schrijven is echt anders. In eerdere delen kun je nog nieuwe lijnen uitzetten. Nu moest alles bij elkaar komen.”

Juist dat maakte het schrijven ingewikkelder dan hij had verwacht.

Een fysiotherapeut die liggend schrijft

Naast schrijver is Mathijs fysiotherapeut. Dat blijkt verrassend goed samen te gaan. Tenminste... zolang hij niet achter een bureau hoeft te zitten.

“Ik lig meestal op de bank,” bekent hij lachend. “Met een kussen onder mijn laptop, een kop koffie of thee ernaast en muziek zonder zang.”

Hans Zimmer komt regelmatig voorbij. Net als epische fantasymuziek, melodische trance of simpelweg vogelgeluiden.

“Tijdens de eerste versie van een hoofdstuk beleef ik het verhaal echt. Dan kom ik in een soort diepe extase.”

Zijn medische achtergrond helpt hem ondertussen om lichamelijke klachten te voorkomen.

“Blijf vooral bewegen. En zorg voor voldoende afwisseling. Dat is uiteindelijk veel belangrijker dan de perfecte schrijfhouding.”

Van zelf uitgeven naar een uitgever

De Portaaltrilogie is niet zijn eerste boek; al op zijn zeventiende gaf Mathijs in eigen beheer een fantasyroman uit.

“Dat was heel kleinschalig,” vertelt hij. “Gewoon laten drukken en verkopen aan vrienden en kennissen.”

Inmiddels werkt hij samen met uitgeverij Zilverspoor, waar zijn serie onder het Zilverbron‑label wordt uitgegeven. Dat bevalt hem goed.

“Bij selfpublishing komt zó veel kijken. Marketing, vormgeving, productie. Ik ben blij dat ik me nu vooral op het schrijven kan richten.”

Dat is ook nodig. Naast zijn werk als fysiotherapeut moet iedere vrije avond zorgvuldig worden verdeeld.

“Als ik geen baan had gehad, had ik waarschijnlijk geen zeven jaar over dit boek gedaan.”

Op naar sciencefiction

Nu de Portaaltrilogie is afgerond, ligt er alweer een nieuw project te wachten. Het eerste idee daarvoor dateert al uit 2014. Het wordt geen fantasy, maar een sciencefictionthriller.

De hoofdpersoon is een jonge vrouw die al twee jaar een relatie heeft, maar vrijwel niets weet over haar vriend. Ze kent zijn familie niet, weet niet wat hij doet en krijgt op al haar vragen ontwijkende antwoorden.

Uiteindelijk stelt ze hem een ultimatum.

“Als ik voor middernacht niet weet wie je bent, maak ik het uit.”

Wie die mysterieuze man werkelijk is? Mathijs moet lachen.

“I…

“Maak het boek van je dromen”

06 aug 2026 | 00:21:28

Wat gebeurt er als mensen besluiten dat ze de goden niet langer nodig hebben? Dat is het uitgangspunt van Schild van Zilver, de Nederlandse editie van Sandy Butchers' fantasydebuut. Op Castlefest vertelde ze over de laatste god, gevaarlijke alchemisten en de vragen over goed en kwaad die onder het avontuur schuilgaan.

Een Engelstalig fantasydebuut dat de oversteek maakt naar Nederland, krijgt meestal alleen een nieuwe omslag en een vertaling. Niet bij Sandy Butchers.

Voor de Nederlandse uitgave van Bonds of Blood & Silver, die tijdens Castlefest verscheen onder de titel Schild van Zilver, greep ze de kans aan om opnieuw door haar verhaal te gaan. Niet om het te veranderen, maar om het dichter te brengen bij de versie die ze altijd al voor ogen had.

"Maak het boek van je dromen," moedigde haar uitgeefster Cocky van Dijk haar aan.

“De Nederlandse versie is gewoon twintigduizend woorden langer,” vertelt ze met een glimlach. “Ik mocht eindelijk alle scènes terugzetten die ik eerder had moeten schrappen.”

Een tweede kans voor hetzelfde verhaal

Het verschil tussen beide edities is groter dan je op het eerste gezicht zou verwachten.

Toen Sandy haar Engelstalige manuscript aanbood aan een Amerikaanse literair agent, kreeg ze het advies om het korter te maken. Voor een debuterende auteur is een compacte roman nu eenmaal minder risicovol om uit te geven.

“Het werd uiteindelijk een heel sterk verhaal,” vertelt ze. “Maar wel een gecondenseerde versie.”

Voor de Nederlandse uitgave kreeg ze van uitgeverij Zilverspoor juist het tegenovergestelde advies.

“Ze zeiden: je hebt alle ruimte die je nodig hebt, dus gebruik die ook.”

Samen met redacteur Kelly van der Laan dook ze opnieuw het manuscript in.

“Waar kunnen we de personages meer ruimte geven? Welke oude scènes kunnen terug? Waar kunnen we weer dichter bij de oorspronkelijke versie van het verhaal komen?”

Schrijven is schaven

Opvallend genoeg ziet Sandy zo’n ingrijpende redactieronde niet als een noodzakelijk kwaad.

Integendeel.

"Ik vind het juist heerlijk als iemand het mes erin zet," zegt ze. "Dat hoort gewoon bij het schrijfproces."

Die houding herken je ook in haar werk als illustrator. Op YouTube laat ze regelmatig zien hoe een schilderij laag voor laag ontstaat. Het begint als een eenvoudige schets, en groeit langzaam uit tot een gedetailleerd kunstwerk.

“Het werk vormt zichzelf,” zegt ze. “Dat is met een boek eigenlijk niet anders dan met een schilderij. Je begint ergens en op een gegeven moment vertelt het verhaal zelf wat het nodig heeft.”

Volgens haar is dat misschien wel de belangrijkste eigenschap van een schrijver.

“Je moet leren luisteren naar wat het verhaal nodig heeft.”

Van Tolkien naar een eigen wereld

Verhalen vertellen doet Sandy al bijna haar hele leven.

Toen ze twaalf was, zag ze voor het eerst The Lord of the Rings.

“Ik dacht: dit wil ik ook.”

Twee jaar later verscheen haar eerste boek via een print-on-demand-uitgever.

Ze kan er inmiddels met een glimlach op terugkijken.

“Ik was ooit de jongste schrijfster van Nederland,” zegt ze. “Maar als ik dat boek nu terugzie, denk ik vooral: o jee...”

Na die vroege start verdwenen schrijven en illustreren een tijd naar de achtergrond. Pas rond 2019 besloot ze beide passies opnieuw samen te brengen. Dat leidde eerst tot haar interactieve cyberpunkproject The Singularian en uiteindelijk tot Bonds of Blood & Silver, dat inmiddels ook in het Nederlands verkrijgbaar is als Schild van Zilver.

De laatste god

In Schild van Zilver zijn alle goden dood.

Op één na.

Skjall, de laatste overlevende, leeft ondergedoken in een wereld waarin de alchemisten de goden hebben uitgeroeid. Ze zijn ervan overtuigd dat ze met hun wetenschap kunnen nabootsen wat de goden ooit uniek maakte.

Wanneer een jachtpartij onverwacht misloopt en Skjall per ongeluk de dochter van de koning verwondt, raakt hij ongewild betrokken bij een conflict dat veel groter is dan hijzelf.

Al snel wordt duidelijk dat niet alleen zijn eigen leven op het spel staat, maar misschien wel het voortbestaan van de hele wereld.

Goed en kwaad zijn zelden zwart-wit

Achter de strijd tussen goden en alchemisten schuilt een vraag die Sandy veel interessanter vindt dan de vraag wie uiteindelijk zal winnen.

“Ik vind dualiteit altijd heel interessant,” vertelt ze. “Goede dingen doen om de verkeerde redenen. En slechte dingen doen om de juiste redenen.”

Die morele grijstinten vormen het hart van Schild van Zilver. De alchemisten zijn niet simpelweg schurken die de wereld willen vernietigen. Ze geloven dat ze iets beters kunnen creëren dan de oude goden ooit deden. Tegelijk is ook de laatste god allesbehalve…

Hoe zou een fantasywereld eruitzien als die niet gebaseerd was op Engeland of Scandinavië, maar op Nederland? Pepijn Hamer geeft met Hollandos zijn eigen antwoord op die vraag. Ik sprak hem op Novio Magica over zijn debuut, zijn wereldbouw en zijn plannen voor de rest van de serie.

“Ik hou van Nederland. Ik vind het het mooiste land ter wereld.”

Wie Pepijn Hamer een paar minuten hoort praten, merkt al snel dat dit geen losse opmerking is. Het is de motor achter zijn debuutroman Hollandos. Op Novio Magica in Nijmegen staat hij achter een tafel met stapels boeken, een grote landkaart van zijn fictieve wereld en een aanstekelijk enthousiasme dat al maanden zichtbaar is op TikTok en Instagram. Daar nam hij zijn volgers stap voor stap mee in het ontstaan van zijn fantasywereld. Nu ligt het eerste boek eindelijk op tafel.

“Ik besef het nog niet,” zegt hij lachend. “Ik heb er zo lang naartoe gewerkt en nu is het ineens hier. En ik kan het delen met mensen. Dat is zo mooi. Dat is magisch.”

Een fantasyversie van Nederland

Veel fantasywerelden zijn geïnspireerd door middeleeuws Engeland of Scandinavische mythologie. Pepijn koos bewust een andere richting.

“Ik hou van Nederland,” vertelt hij. “En ik dacht: ik moet een fantasywereld maken die gebaseerd is op Nederland.”

Wie naar de grote kaart naast zijn tafel kijkt, herkent meteen de contouren van ons land. Maar bij een tweede blik klopt er iets niet. Er rijzen besneeuwde bergen op waar die nooit hebben gelegen. Provincies dragen namen als Amstels, Poldos en Vulcos. Overal duiken draken, magie en ridders op.

“Het is niet helemaal Nederland,” legt hij uit. “Maar het blijft wel Nederlands. Je hebt kaas, pannenkoeken en tulpen. Alles wat wij mooi vinden, maar ook de minder mooie kanten van onze geschiedenis. Ook die probeer ik een plek te geven.”

Vier eeuwen geschiedenis

Wat vooral opvalt, is hoeveel werk er achter die wereld schuilgaat.

Pepijn begon niet alleen met een verhaal, maar met een complete geschiedenis.

In zijn wereld splitst de tijdlijn zich af tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Vanaf dat moment ontwikkelt Hollandos zich vier eeuwen lang los van Nederland.

“Ik ben die 441 jaar gaan uittypen,” vertelt hij. “Per provincie, met leiders, oorlogen, cultuur, geloof en festivals. Daardoor leeft die wereld in mijn hoofd.”

Dat merkt hij ook tijdens het schrijven.

“Nu ik aan de volgende boeken werk, weet ik soms al waarom een bepaald gebouw er zo uitziet of waarom een land bepaalde gebruiken heeft. Dat komt doordat ik die geschiedenis al ken.”

Opgroeien met de personages

Hoewel Hollandos een avontuurlijke fantasyroman is, draait het uiteindelijk om mensen. Hoofdpersoon Bente is gebaseerd op iemand uit Pepijns eigen familie die worstelde met onzekerheid.

“Ik wilde een held schrijven die op avontuur gaat.”

Dat avontuur beperkt zich niet tot één boek. Pepijn heeft een serie van zeven delen gepland. Sterker nog, het einde van het laatste boek ligt al vast.

“Ik weet precies waar ik naartoe werk.”

Opvallend is dat niet alleen de personages ouder worden, maar ook de lezers.

“Boek één is voor twaalf jaar en ouder. Daarna verschijnt ieder jaar een nieuw deel. De lezers groeien mee met de personages. De thema’s worden ook steeds volwassener.”

Verlies, ziekte en rouw spelen in de eerste delen nog op de achtergrond, maar krijgen later een veel grotere rol.

Samen schrijven

Naast Pepijn staat zijn vrouw Sterre, die niet alleen helpt bij het bemensen van de stand, maar ook de eerste proeflezer van al zijn boeken is.

“We hebben afgesproken dat ik van de volgende delen minder wil weten,” vertelt ze lachend. “Dan kan ik ze ook echt als lezer beleven.”

Toch heeft ze haar sporen al ruimschoots verdiend.

“Het hele concept van Victor en de ogen die opgloeien heeft Sterre bedacht,” vertelt Pepijn. Ook een van de hoofdpersonages is deels op haar gebaseerd.

Zo groeit Hollandos ook in de gesprekken die ze samen voeren.

Het avontuur gaat verder

Begin juli verscheen de Nederlandse editie van Hollandos onder de titel Ogen van de prins. Ook het tweede deel is inmiddels voltooid.

Volgens Pepijn wordt dat boek persoonlijker dan zijn debuut. Waar het eerste deel vooral draait om een strijd tegen een kwaadaardige prins, verschuift de aandacht naar thema’s als eenzaamheid, identiteit en verlies. Tegelijk heeft hij de feedback van zijn eerste lezers verwerkt. Personages krijgen meer ruimte om zich te ontwikkelen en de geheimen achter Hollandos worden verder ontrafeld.

Voor Nederlandse lezers is nog even geduld nodig. De Engelstalige uitgave van Vessel of the Kazàncore verschijnt in november, de Nederlandse vertaling volgt begin 2027.

Pepijn weet inmiddels precies waar de reis naartoe gaat. Alle zeven delen zijn uitgestippeld …

De kracht van nieuwsgierigheid

05 aug 2026 | 00:10:53

“Waarom geloven mensen eigenlijk zomaar wat hun verteld wordt?”Geen vraag die je direct verwacht op een fantasyfestival tussen de cosplayers, kunstenaars en schrijvers. Maar precies daar begint het gesprek met fantasyauteur Ariadne Zwaan op Novio Magica in Nijmegen.

Op de tafel van uitgeverij Nimisa in de Stevenskerk ligt haar debuutroman De prijs van orde. Op de cover: een zwaard, een rode doek en een weegschaal die zichtbaar uit balans hangt. Geen toeval, blijkt al snel.

“Dat gaat eigenlijk over de verhouding tussen orde en chaos,” vertelt ze. “Die balans is verstoord geraakt. En de natuur probeert dat uiteindelijk te corrigeren.”

Dat klinkt filosofisch, maar De prijs van orde begint verrassend herkenbaar. Niet bij magie of monsters, maar bij iets wat Ariadne steeds vaker om zich heen ziet gebeuren: mensen die stoppen met vragen stellen.

“Nieuwsgierigheid verdwijnt”

“Veel mensen scrollen gewoon eindeloos door social media,” zegt ze. “Ze controleren informatie niet meer, kijken niet verder, stellen geen vragen. En daardoor ontstaat steeds meer onbegrip.”

Die observatie vormde uiteindelijk het fundament van haar fantasywereld.

In De prijs van orde leven mensen in een strak gecontroleerde samenleving waarin de goden alles regelen. Huwelijken worden bepaald, de toekomst wordt voorspeld en chaos lijkt uitgebannen. Iedereen weet wat zijn plaats is.

Tot het systeem plotseling faalt.

Hoofdpersoon Lynnara ontdekt dat de perfecte wereld waarin ze altijd geloofde misschien helemaal niet perfect is.

“De goden hebben voor haar een man uitgekozen,” vertelt Ariadne. “Daar is ze blij mee. Maar dan gaat het mis. En dat hoort eigenlijk niet te kunnen.”

Juist dat kleine foutje zet alles in beweging.

Drie mensen die beginnen te graven

Naast Lynnara volgen we nog twee andere personages.

Hanno is een elitekrijger die dankzij een gave van de goden een stukje van de toekomst kan zien. Dat maakt hem bijna onverslaanbaar. Maar ook hij begint langzaam te ontdekken dat het systeem waarin hij gelooft misschien niet klopt.

De derde hoofdpersoon, Doran, werkt als wetenschapper voor een soort ministerie dat profetieën onderzoekt. Wanneer een voorspelling opduikt die al uitgekomen is, gaat hij op onderzoek uit, ondanks tegenwerking van zijn baas.

“Hij heeft gewoon te veel nieuwsgierigheid om het te negeren,” zegt Ariadne lachend.

Langzaam raken de drie verhaallijnen met elkaar verweven. Iedereen bezit een stukje van de waarheid, maar niemand ziet het complete plaatje.

Fantasy met een natuurkundige kern

Wat De prijs van orde extra bijzonder maakt, is dat Ariadne haar achtergrond in de natuurkunde rechtstreeks in het verhaal heeft verwerkt.

Het magische systeem van haar wereld is gebaseerd op de tweede wet van de thermodynamica. Geen paniek, ook tijdens ons gesprek moest ze daar meteen bij uitleggen wat dat precies betekent.

“Die wet zegt eigenlijk dat entropie alleen maar kan toenemen,” legt ze uit. “Oftewel: perfecte controle is misschien helemaal niet mogelijk.”

Zelf vergelijkt ze het met oortjes die altijd in de knoop uit je broekzak komen.

Dat idee heeft ze vervolgens doorgetrokken naar een complete samenleving die probeert chaos volledig uit te bannen. Met alle gevolgen van dien.

De leukste persoon om te schrijven? Niet de hoofdpersoon

Opvallend genoeg blijkt Ariadne zelf het meeste verwantschap te voelen met een bijpersonage.

Niet met Lynnara, Hanno of Doran de wetenschapper, maar met de mysterieuze mentor van Hanno.

“Toen ik klaar was met schrijven dacht ik ineens: verdorie, daar zit eigenlijk het meeste van mezelf in.”

Waarom juist zij?

“Omdat ze altijd net anders denkt dan mensen verwachten. Ze houdt ervan om over absurde dingen na te denken die stiekem toch logisch blijken. Ze durft anders te kijken.”

Misschien is dat uiteindelijk wel de kern van goede fantasy. Dat het niet alleen een andere wereld laat zien, maar je ook opnieuw leert kijken naar je eigen wereld.

Links:

* Meer informatie over Ariadne Zwaan en haar werk is te vinden op haar website: Ariadne Zwaan

* Facebook | Instagram | TikTok

* Je kunt het boek bestellen op de website van uitgeverij Nimisa



Get full access to Father Roderick at

'In Engeland gebeurt iets met je'

05 aug 2026 | 00:15:03

Nu Charlotte de Winter tijdens Castlefest haar nieuwe roman De Dorsairean presenteert, is het een mooi moment om terug te blikken op een gesprek dat ik vorig jaar november met haar had tijdens Heroes Dutch Comic Con. We spraken over haar liefde voor Engeland en Schotland, de ontstaansgeschiedenis van de Sleuteldrager-trilogie en de bijzondere ervaringen die leidden tot de verhalen in haar boeken.

Voor Charlotte de Winter zijn Engeland en Schotland veel meer dan het decor van haar verhalen. De ruige landschappen, eeuwenoude kastelen en Keltische legendes vormen het kloppende hart van haar fictie. “Je loopt door een oud kasteel en je voelt gewoon dat er meer is,” vertelt ze me op Heroes Dutch Comic Con. “Ik zeg niet dat ik in geesten geloof, ik ben ook gewoon een nuchtere Hollander. Maar er gebeurt iets met je.”

Die fascinatie werd de voedingsbodem voor de boeken van de succesvolle Sleuteldrager-trilogie. Inmiddels is Charlotte een nieuwe richting ingeslagen. Tijdens Castlefest verscheen haar nieuwste historische fantasyroman De Dorsairean, waarin ze de lezer meeneemt naar Britannia in het jaar 122 na Christus. Maar ook daarin blijft Groot-Brittannië de voedingsbodem voor haar verbeelding.

Een rechercheur die liever géén magie wil

De Sleuteldrager-trilogie speelt zich juist af in het Engeland en Schotland van nu.

De hoofdpersoon is Finlay Reid, een 33-jarige Schotse rechercheur moordzaken die van de ene op de andere dag een gave ontwikkelt waar hij helemaal niet op zit te wachten: hij ziet en hoort dingen die anderen niet waarnemen.

Het liefst zou hij die bovennatuurlijke vermogens zo snel mogelijk weer kwijtraken.

Maar terwijl hij een reeks mysterieuze moorden onderzoekt, ontdekt hij dat de dader over precies dezelfde gaven beschikt. Sterker nog: de moordenaar is al overleden maar laat zich daardoor niet tegenhouden.

“Finlay krijgt te maken met een psychopathische, moordzuchtige geest met bovennatuurlijke gaven,” zegt Charlotte lachend. “Ga er maar aan staan.”

Het meisje naast haar bed

De oorsprong van dat verhaal ligt niet alleen in haar liefde voor Groot-Brittannië. Er was ook een vakantie die ze nooit meer vergat.

Tijdens een verblijf in Engeland werd ze midden in de nacht wakker. Naast haar bed stond een meisje in een Victoriaanse jurk.

“Ik kon dwars door haar heen kijken.”

Charlotte is de eerste om toe te geven dat ze niet kan bewijzen wat ze zag.

“Ik zal het wel gedroomd hebben.”

Toch maakte de ervaring zoveel indruk dat ze de volgende ochtend voorzichtig informeerde bij de lokale bakker. Tot haar verbazing kreeg ze direct antwoord.

“O, dan heb je Annabel ontmoet.”

Charlotte wilde beslist niet nog een nacht op die plek slapen.

“Ik heb mijn koffer gepakt en ben weggegaan.”

Of het nu een droom was of niet, het moment bleef jaren door haar hoofd spoken.

Een bankje in het bos

Opvallend genoeg leidde die gebeurtenis niet meteen tot een boek.

Pas ongeveer tien jaar later, na een periode waarin ze te hard had gewerkt, zat Charlotte uit te rusten op een bankje in een bos. Daar verscheen ineens een scène in haar hoofd. "Ik dacht: daar zou iemand eigenlijk een boek over moeten schrijven." Even later rende ze naar huis, klapte haar laptop open en begon aan De Sleuteldrager.

Vertalen is veel meer dan woorden vervangen

Na drie succesvolle delen besloot Charlotte haar boeken ook in het Engels uit te brengen.

Dat leek vanzelfsprekend. Ze studeerde Engelse taal- en letterkunde in Engeland en haar verhalen spelen zich daar ook af. Toch ontdekte ze al snel dat goed vertalen veel ingewikkelder is dan simpelweg Nederlandse zinnen omzetten.

“Mijn Engels is bloody brilliant,” zegt ze over haar eerste vertaling. “Maar niet goed genoeg.”

Volgens haar zit het verschil juist in de nuance. Soms maakt één enkel woord het verschil tussen een goede scène en een scène die de lezer kippenvel bezorgt.

Daarom werkte ze samen met een Engelse redacteur, net zolang totdat Engelse proeflezers niet meer konden horen dat het oorspronkelijk een Nederlandse roman was.

“Als iemand in Engeland het leest en niet weet dat het een vertaling is... dan hebben we het goed gedaan.”

Een nieuw verhaal

Hoewel de Sleuteldrager-trilogie inmiddels is afgerond, blijft Charlotte schrijven.

Met De Dorsairean slaat ze een nieuwe weg in. Dit keer geen hedendaagse thriller met bovennatuurlijke elementen, maar een historische fantasyroman die zich afspeelt in Britannia ten tijde van de Romeinse overheersing.

Hoofdpersoon Fiona, een genezeres van de Keltische Dorsairean, ziet haar visioenen werkelijkheid worden wanneer haar volk wordt aangevallen. Wat volgt is een tocht door een door oorlog verscheurd land, waarin mythologie, geschiedenis en magie opnieuw nauw met elkaar verweven raken.

De tijd is veranderd. De persona…

Onlangs verscheen op Castlefest De Zilverbinder, het langverwachte tweede deel van Cocky van Dijks fantasyserie Het Doodschap. Ik sprak met de auteur, redacteur en uitgeefster over het ontstaan van haar verhalen, haar liefde voor zorgvuldig opgebouwde fantasywerelden en de verrassende manier waarop een simpele typefout uiteindelijk uitgroeide tot een complete boekenreeks.

Abonneer je op mijn nieuwsbrief en ontvang nieuwe interviews, podcasts en artikelen rechtstreeks in je inbox.

Een boodschappenlijstje. Meer was er niet nodig om een nieuwe fantasyserie in gang te zetten. Waar eigenlijk boodschap had moeten staan, verscheen per ongeluk het woord doodschap op papier. Voor veel mensen een simpele typefout, voor auteur, redacteur en uitgeefster Cocky van Dijk het begin van een compleet nieuw verhaal.

Dat is tekenend voor de manier waarop Cocky ideeën verzamelt. Soms dienen ze zich aan als een los woord, soms als een toevallige verspreking of een typefout. Vervolgens krijgen ze alle tijd om uit te groeien tot een wereld met eigen regels, geschiedenis en personages.

Komend weekend verschijnt op Castlefest het langverwachte tweede deel van haar Doodschap-serie, dat daar voor het eerst verkrijgbaar zal zijn.

Een blik vol ideeën

Het eerste zaadje voor haar eerdere serie Drakenzielers werd jaren geleden geplant.

“Ik bewaarde al mijn ideeën in een blik,” vertelt ze. “Soms stond er alleen maar één woord op een briefje.”

Tussen die briefjes zaten ooit de woorden draken en zieler. Toen ze die naast elkaar legde, ontstond ineens het begrip drakenzieler. Vanaf dat moment begon ze zich af te vragen wat zo’n drakenzieler eigenlijk zou zijn.

In haar boeken is een drakenzieler een magiër die na de dood van een draak diens ziel opvangt en naar de onderwereld begeleidt, zodat de draak uiteindelijk kan reïncarneren.

De serie begint met Fenna, een jonge vrouw die al haar hele leven opkijkt naar de drakenzielers. Vanuit haar bergdorp kijkt ze uit op de burcht waar de draken leven. Haar grootste droom is zelf drakenzieler te worden, ook al is dat een beroep dat alleen door mannen wordt uitgeoefend. Tegen alle verwachtingen in krijgt ze de kans om de toelatingsproeven af te leggen, en slaagt ze.

Daarmee begint haar avontuur.

Een typefout die bleef hangen

Ook haar nieuwste serie ontstond op een onverwacht moment.

“Ik was een boodschappenlijstje voor mijn man aan het schrijven en typte per ongeluk doodschap.”

Dit keer verdween het idee niet in haar bekende ideeënblik.

“Ik wist meteen: hier moet ik iets mee.”

Dat ene woord groeide uit tot een wereld waarin een broederschap van magiërs de dood beheert. Zij bepalen wie sterft en wie geboren wordt, terwijl schaduwkrijgers de zielen begeleiden zodra hun levensdraad wordt doorgeknipt. De orde bezit zelfs de macht om iemand kort na zijn overlijden terug te halen uit de dood, maar daarvoor moet het evenwicht worden hersteld. Als één ziel terugkeert, moet een andere die plaats innemen.

Dat vormt het vertrekpunt voor drie verhaallijnen die langzaam naar elkaar toe groeien.

Ranah ontdekt dat ze geen gewoon medium is, maar een Zilveren Loper die letterlijk door de onderwereld kan reizen. De jonge Rorrick wordt onverwacht meegenomen om te worden opgeleid tot schaduwkrijger. En Si’denn, zelf schaduwkrijger, herinnert zich niets meer van zijn verleden. Toch blijft hij zoeken naar de persoon die hij ooit was. Ook verlangt hij naar de liefde die hij ergens diep vanbinnen voelt, terwijl juist dat voor een schaduwkrijger niet de bedoeling is.

Post-its, karton en heel veel structuur

Wie de boeken van Cocky leest, merkt al snel hoeveel voorbereiding eraan vooraf moet zijn gegaan. Zelf noemt ze zich zonder aarzelen een echte plotter.

Eerst schrijft ze een korte synopsis. Daarna verschijnen grote kartonnen vellen op tafel, verdeeld in kolommen. Elke kolom staat voor een hoofdstuk. Met post-its vult ze vervolgens per personage de scènes in, totdat de complete verhaallijn klopt.

Toch blijft er altijd ruimte voor nieuwe ideeën.

“Het staat niet in steen gebeiteld,” zegt ze. “Tijdens het schrijven veranderen er altijd nog dingen.”

Blijven leren van andere schrijvers

Naast auteur is Van Dijk al jarenlang redacteur en begeleidt ze manuscripten van talloze andere schrijvers.

“Van ieder verhaal leer je weer,” vertelt ze. “Iedere schrijver gebruikt taal op zijn eigen manier.”

Juist daardoor blijft ook haar eigen blik op taal zich ontwikkelen. Soms ontdekt ze woorden die ze zelf nooit zou gebruiken. Soms ziet ze hoe een klein idee kan uitgroeien tot een sterk verhaal.

Als redacteur let ze vooral op de spanningsopbouw. Wanneer een scène spannend of aangrijpend is, moedigt ze schrijvers juist aan om te vertragen.…

Enyria droomt van een eenvoudig leven, totdat ze ontdekt dat ze over magie beschikt. Plotseling blijkt de wereld groter en gevaarlijker dan ze ooit had kunnen vermoeden. Ik sprak met fantasyauteur Arlieke van Remmerden over de ontstaansgeschiedenis van haar fantasytrilogie en de hoofdpersoon die al sinds haar tiende met haar meegroeit.

Sommige fantasywerelden ontstaan in een paar maanden. Die van Arlieke van Remmerden kreeg alle tijd om te groeien.

Ze was nog maar tien jaar oud toen ze begon aan haar eerste verhaal. Dat speelde zich aanvankelijk af in China, totdat ze zich op een dag realiseerde dat ze eigenlijk helemaal niet genoeg over dat land wist.

“Toen heb ik het verplaatst naar een eigen wereld.”

Die beslissing bleek bepalend. Wat begon als een eenvoudig verhaal groeide langzaam uit tot een complete fantasywereld en uiteindelijk tot een trilogie. Op Heroes Dutch Comic Con vertelt Arlieke hoe haar boeken zich jarenlang samen met haarzelf ontwikkelden.

Een hoofdpersoon die haar eigen weg moet vinden

Van het allereerste verhaal is verrassend weinig overgebleven.

“Eigenlijk alleen de samenstelling van het gezin waar de hoofdpersoon uitkomt.”

Toch is de kern van het verhaal hetzelfde gebleven.

De hoofdpersoon, Enyria, groeit op in een middeleeuwse wereld waar haar toekomst vanzelfsprekend lijkt. Ze verwacht te trouwen, kinderen te krijgen en hetzelfde leven te leiden als iedereen om haar heen. Totdat ze ontdekt dat ze over magische krachten beschikt.

Ineens blijkt de wereld veel groter te zijn dan ze altijd dacht.

Arlieke omschrijft haar fantasywereld als een samenleving die technologisch ergens tussen de uitvinding van de stijgbeugel en het buskruit ligt. Er wordt gereisd te paard, gevochten met zwaarden en bogen en het dagelijks leven doet denken aan de westerse middeleeuwen.

Maar het echte avontuur speelt zich niet alleen buiten de hoofdpersoon af.

Het speelt zich vooral in haarzelf af.

Op zoek naar jezelf

Naarmate het verhaal vordert, verandert Enyria ingrijpend.

Ze leert haar magie beheersen, groeit in zelfvertrouwen en besluit uiteindelijk zelf welke plaats ze in de wereld wil innemen.

Wanneer ik Arlieke vraag of daar ook iets van haar eigen leven in doorklinkt, hoeft ze niet lang na te denken.

“Vooral mijn zoektocht naar mezelf zit er wel heel erg in.”

Juist daardoor voelt Enyria meer als een mens dan als een klassieke fantasyheld. Haar reis draait niet alleen om magie, maar ook om het ontdekken van wie ze werkelijk wil zijn.

Van schrijven op gevoel naar bewust vertellen

Het eerste deel schreef Arlieke grotendeels intuïtief.

“Ik ben gewoon gaan zitten en het heeft vorm gekregen.”

Pas later begon ze iets meer vooruit te denken over de richting van het verhaal, al laat ze bewust veel ruimte over voor nieuwe ideeën tijdens het schrijven.

Die open manier van werken past goed bij haar eigen ontwikkeling als schrijver.

Ze groeide op met Harry Potter en noemt ook The Hunger Games als een belangrijke inspiratiebron. Daarnaast voelt ze zich sterk verbonden met de schrijvers van uitgeverijen Zilverbron en Zilverspoor, die elkaar onderling de “Zilverfamilie” noemen.

“Eigenlijk steunt iedereen elkaar.”

Juist dat contact met andere schrijvers helpt haar wanneer ze tijdens het schrijven ergens vastloopt.

Een zee van rood

Een manuscript naar een redacteur sturen vond ze misschien nog wel spannender dan het schrijven zelf.

Ze herinnert zich nog goed hoe ze het document terugkreeg.

“Je opent het en het is helemaal rood, overal correcties.”

Dat bleek uiteindelijk een van de leerzaamste momenten uit haar ontwikkeling als auteur.

Niet alleen ontdekte ze hoeveel stopwoordjes ze gebruikte, maar ook hoeveel sterker een verhaal kan worden door te schrappen, te herschrijven en opnieuw naar iedere scène te kijken.

Dromen van een leven tussen de verhalen

Inmiddels is ook het derde boek van de trilogie afgerond. Het ligt bij de uitgever en verschijnt naar verwachting in 2026.

Toch is Arlieke nog lang niet klaar met haar wereld.

Ze werkt alweer aan een nieuw verhaal dat zich afspeelt in een zuidelijker deel van hetzelfde continent.

Daarnaast volgt ze een opleiding tot stemacteur. Het lijkt haar geweldig om ooit luisterboeken in te spreken, het liefst zelfs haar eigen werk.

En haar grootste droom?

“Gewoon fulltime schrijven.”

Dat is voorlopig nog toekomstmuziek.

Die droom ligt misschien nog in de toekomst. Maar met haar eerste twee boeken heeft Arlieke al bewezen dat doorzettingsvermogen loont.

Wie zoveel jaren investeert om een fantasywereld tot leven te brengen, is waarschijnlijk nog lang niet uitverteld.

Links:

* Arlieke’s website

*

Ontvang onze luistertips

De Luisterclub

Om de week onze luistertips in je mail, met alle ruimte om die van jou te delen.

Je ontvangt twee mailtjes per maand en je kunt je op elk moment weer uitschrijven.